BWBR0027825
Geldig vanaf 2010-10-01
Artikel 14
Restauratieregeling monumenten 2010 en 2011
1. De minister verdeelt de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 6, in volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awbde gelegenheid heeft gekregen de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende informatie is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
2. Indien meerdere aanvragen op een bepaalde dag worden ontvangen, en verlening van subsidie aan deze aanvragen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6, of tot overschrijding van het aantal beschermde monumenten per provincie, bedoeld in artikel 13, wordt op deze aanvragen in volgorde van subsidiabele kosten beslist, waarbij een aanvraag met lagere subsidiabele kosten voorrang heeft.
3. Indien na beslissing op de aanvragen ingediend op of voor 30 april 2011 niet het gehele bedrag, bedoeld in artikel 6, is verleend, kan de minister subsidie verlenen ten behoeve van meer dan vier beschermde monumenten per provincie. Op de verdeling van de resterende middelen zijn het eerste en tweede lid van toepassing.
4. Voor het resterende budget, bedoeld in het derde lid, komen slechts de op of voor 30 april 2011 ingediende aanvragen in aanmerking. Voor zover een aanvraag reeds op grond van artikel 13, tweede lid, is afgewezen, wordt deze voor de toepassing van het derde lid geacht opnieuw ingediend te zijn en geldt hiervoor de datum van ontvangst, bedoeld in het eerste lid. De minister verleent binnen dertien weken na 30 april 2011 subsidie aan de aanvragers die in aanmerking komen voor het resterend budget.
2. Indien meerdere aanvragen op een bepaalde dag worden ontvangen, en verlening van subsidie aan deze aanvragen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6, of tot overschrijding van het aantal beschermde monumenten per provincie, bedoeld in artikel 13, wordt op deze aanvragen in volgorde van subsidiabele kosten beslist, waarbij een aanvraag met lagere subsidiabele kosten voorrang heeft.
3. Indien na beslissing op de aanvragen ingediend op of voor 30 april 2011 niet het gehele bedrag, bedoeld in artikel 6, is verleend, kan de minister subsidie verlenen ten behoeve van meer dan vier beschermde monumenten per provincie. Op de verdeling van de resterende middelen zijn het eerste en tweede lid van toepassing.
4. Voor het resterende budget, bedoeld in het derde lid, komen slechts de op of voor 30 april 2011 ingediende aanvragen in aanmerking. Voor zover een aanvraag reeds op grond van artikel 13, tweede lid, is afgewezen, wordt deze voor de toepassing van het derde lid geacht opnieuw ingediend te zijn en geldt hiervoor de datum van ontvangst, bedoeld in het eerste lid. De minister verleent binnen dertien weken na 30 april 2011 subsidie aan de aanvragers die in aanmerking komen voor het resterend budget.