BWBR0027776
Geldig vanaf 2010-06-22
Artikel 8
Beleidsregel IGVO 2010
1. Tot een cursus IB MYP of een cursus IB DP kan als leerling worden toegelaten degene die:
a. een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezit en van wie ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers voor een tijdelijke periode in Nederland of een grensgebied van Nederland werkzaam is;
b. de Nederlandse nationaliteit bezit en twee jaar of langer in het buitenland onderwijs heeft genoten vanwege het feit dat ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was; of
c. de Nederlandse nationaliteit bezit, van wie ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers blijkens een schriftelijke verklaring van de werkgever binnen twee jaar na het tijdstip van toelating voor ten minste twee jaar in het buitenland werkzaam zal zijn, en die in die periode bij deze ouder, voogd of verzorger zal wonen.
2. Voor een cursus IB MYP geldt verder dat als leerling slechts kan worden toegelaten degene die:
a. op het moment van de aanvang van het eerste schooljaar ten minste de leeftijd van 11 jaar heeft bereikt, en
b. voldoende onderwijs heeft genoten om het onderwijs aan de cursus IB MYP met vrucht te kunnen volgen.
3. Voor een cursus IB DP geldt verder dat als leerling slechts kan worden toegelaten degene die:
a. een cursus IB MYP met goed gevolg heeft afgerond, of
b. voldoende onderwijs heeft genoten om het onderwijs aan de cursus IB DP met vrucht te kunnen volgen.
4. Tot de cursus IB DP, verbonden aan het United World College te Maastricht, kan in afwijking van het eerste lid ook als leerling worden toegelaten degene die een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezit en overigens niet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid, voldoet.
5. Tot de cursus IB DP kan tevens worden toegelaten een in Nederland woonachtige leerling die niet behoort tot de categorie bedoeld in het eerste lid, op voorwaarde dat die leerling:
a. in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een bewijsstuk dat hij onvoorwaardelijk is bevorderd tot het vijfde leerjaar van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en
b. in staat is het onderwijs in de Engelse taal te volgen blijkens een door de leerling over te leggen bewijsstuk, een en ander ten genoege van het bevoegd gezag.
6. Het bevoegd gezag beslist over toelating van een leerling.
a. een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezit en van wie ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers voor een tijdelijke periode in Nederland of een grensgebied van Nederland werkzaam is;
b. de Nederlandse nationaliteit bezit en twee jaar of langer in het buitenland onderwijs heeft genoten vanwege het feit dat ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was; of
c. de Nederlandse nationaliteit bezit, van wie ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers blijkens een schriftelijke verklaring van de werkgever binnen twee jaar na het tijdstip van toelating voor ten minste twee jaar in het buitenland werkzaam zal zijn, en die in die periode bij deze ouder, voogd of verzorger zal wonen.
2. Voor een cursus IB MYP geldt verder dat als leerling slechts kan worden toegelaten degene die:
a. op het moment van de aanvang van het eerste schooljaar ten minste de leeftijd van 11 jaar heeft bereikt, en
b. voldoende onderwijs heeft genoten om het onderwijs aan de cursus IB MYP met vrucht te kunnen volgen.
3. Voor een cursus IB DP geldt verder dat als leerling slechts kan worden toegelaten degene die:
a. een cursus IB MYP met goed gevolg heeft afgerond, of
b. voldoende onderwijs heeft genoten om het onderwijs aan de cursus IB DP met vrucht te kunnen volgen.
4. Tot de cursus IB DP, verbonden aan het United World College te Maastricht, kan in afwijking van het eerste lid ook als leerling worden toegelaten degene die een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezit en overigens niet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid, voldoet.
5. Tot de cursus IB DP kan tevens worden toegelaten een in Nederland woonachtige leerling die niet behoort tot de categorie bedoeld in het eerste lid, op voorwaarde dat die leerling:
a. in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een bewijsstuk dat hij onvoorwaardelijk is bevorderd tot het vijfde leerjaar van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en
b. in staat is het onderwijs in de Engelse taal te volgen blijkens een door de leerling over te leggen bewijsstuk, een en ander ten genoege van het bevoegd gezag.
6. Het bevoegd gezag beslist over toelating van een leerling.