BWBR0027707
Geldig vanaf 2010-06-09
Artikel 7
Tijdelijke wet pilot loondispensatie
1. Indien een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon uit de doelgroep teneinde werkzaamheden in een bepaalde functie te verrichten en door het college van de gemeente waarvan die persoon inwoner is, is vastgesteld dat de arbeidsprestatie van die persoon in die functie ten gevolge van zijn arbeidsbeperking minder zal zijn dan de arbeidsprestatie, die een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert dat college de hoogte van de aanspraak van die persoon op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid tot de loonwaarde, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de <a href="/wet/BWBR0002638" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>is bepaald.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. de arbeid wordt verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van de Wet sociale werkvoorziening; of
b. met betrekking tot de dienstbetrekking een proeftijd geldt.
3. Het college, bedoeld in het eerste lid, stelt na aanvang van de dienstbetrekking telkens binnen een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen periode vast of nog sprake is van een arbeidsprestatie als bedoeld in het eerste lid alsmede wat de loonwaarde is.
4. Vanaf het moment dat de op grond van het eerste of derde lid vastgestelde loonwaarde van een persoon meer bedraagt dan het wettelijk minimumloon, dan wel minder bedraagt dan 20% van het wettelijk minimumloon, zijn de artikelen 4, tweede lid, en 6alsmede het eerste tot en met derde lid niet langer op hem van toepassing.
5. De verlaging van de loonwaarde, die voortvloeit uit een door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep, vindt niet eerder plaats dan de dag volgend op die waarop tegen de beslissing op bezwaar geen rechtsmiddelen meer openstaan of de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of beroep omdat het college geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het bezwaar of beroep van de werkgever.
6. Het college vergoedt aan de werkgever het verschil tussen de loonkosten, die hij als gevolg van de toepassing van het vijfde lid heeft gehad en de loonkosten, die hij zou hebben gehad als de verlaging van de loonwaarde plaats zou hebben gevonden met ingang van de eerste dag waarop de vernietigde of ingetrokken beschikking ziet.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. de arbeid wordt verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van de Wet sociale werkvoorziening; of
b. met betrekking tot de dienstbetrekking een proeftijd geldt.
3. Het college, bedoeld in het eerste lid, stelt na aanvang van de dienstbetrekking telkens binnen een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen periode vast of nog sprake is van een arbeidsprestatie als bedoeld in het eerste lid alsmede wat de loonwaarde is.
4. Vanaf het moment dat de op grond van het eerste of derde lid vastgestelde loonwaarde van een persoon meer bedraagt dan het wettelijk minimumloon, dan wel minder bedraagt dan 20% van het wettelijk minimumloon, zijn de artikelen 4, tweede lid, en 6alsmede het eerste tot en met derde lid niet langer op hem van toepassing.
5. De verlaging van de loonwaarde, die voortvloeit uit een door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep, vindt niet eerder plaats dan de dag volgend op die waarop tegen de beslissing op bezwaar geen rechtsmiddelen meer openstaan of de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of beroep omdat het college geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het bezwaar of beroep van de werkgever.
6. Het college vergoedt aan de werkgever het verschil tussen de loonkosten, die hij als gevolg van de toepassing van het vijfde lid heeft gehad en de loonkosten, die hij zou hebben gehad als de verlaging van de loonwaarde plaats zou hebben gevonden met ingang van de eerste dag waarop de vernietigde of ingetrokken beschikking ziet.