BWBR0027703
Geldig vanaf 01-05-1994
Artikel 19
Regeling teboekgestelde schepen 1994
1. Indien de bewaarder bemerkt dat een wijziging waarvan aangifte is voorgeschreven, heeft plaatsgehad zonder dat daarvan aangifte is gedaan, houdt hij hiervan aantekening en stelt de voor de aangifte aansprakelijke personen van hun verzuim in kennis. Hij verzoekt hun onder verwijzing naar artikel 447a van het Wetboek van Strafrecht alsnog binnen een termijn van ten hoogste één maand aan de desbetreffende voorschriften te voldoen. Indien niet of niet behoorlijk aan dit verzoek wordt voldaan, handelt de bewaarder overeenkomstig het tweede lid.
2. De bewaarder die in de uitoefening van zijn ambt ontdekt of vermoedt dat een misdrijf is gepleegd of een overtreding is begaan, genoemd in artikel 389ter onderscheidenlijk artikel 447a van het Wetboek van Strafrecht, doet hiervan onder mededeling van alle hem bekende ter zake dienende feiten, aangifte bij het Openbaar Ministerie.
2. De bewaarder die in de uitoefening van zijn ambt ontdekt of vermoedt dat een misdrijf is gepleegd of een overtreding is begaan, genoemd in artikel 389ter onderscheidenlijk artikel 447a van het Wetboek van Strafrecht, doet hiervan onder mededeling van alle hem bekende ter zake dienende feiten, aangifte bij het Openbaar Ministerie.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027703
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl