BWBR0027703
Geldig vanaf 01-07-2007
Artikel 10
Regeling teboekgestelde schepen 1994
1. Omtrent de wijze van bijhouding van de registratie voor schepen zijn de artikelen 37, 38, eerste lid, 39, 41, 46 tot en met 49 en 51, eerste lid, en 84 van de Kadasterregeling 1994 voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van hetgeen in het tweede tot en met vierde lid is bepaald.
2. Artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994 is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen of aanvullingen van de gegevens inzake een schip.
3. Indien de inschrijving in de openbare registers een hypotheek of beslag betreft, worden bovendien vermeld de naam, voornamen en gekozen woonplaats van de schuldeiser dan wel beslaglegger en het desbetreffende bedrag. Ingeval de inschrijving een hypotheek betreft worden tevens vermeld de aard van de hypotheek en, in geval van medeëigendom of een rederij, het desbetreffende aandeel van de rechthebbende waarop de hypotheek betrekking heeft.
4. Indien een ingeschreven stuk een wijziging of aanvulling van de in het derde lid bedoelde gegevens betreft, worden de in de registratie voor schepen vermelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht.
5. De in het eerste lid, juncto de artikelen 39, zevende lid, en 41 van de Kadasterregeling 1994 bedoelde aanduidingen van de aard van de ingeschreven stukken luiden bovendien als volgt:
[tabel]
6. In geval van een boeking in het register Hypotheken 4D wordt onder verwijzing van het stukidentificatienummer van het stuk waarop de boeking betrekking heeft achter ‘mede-eigenaar’ opgevoerd ‘boeking in register voorlopige aantekening’.
2. Artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994 is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen of aanvullingen van de gegevens inzake een schip.
3. Indien de inschrijving in de openbare registers een hypotheek of beslag betreft, worden bovendien vermeld de naam, voornamen en gekozen woonplaats van de schuldeiser dan wel beslaglegger en het desbetreffende bedrag. Ingeval de inschrijving een hypotheek betreft worden tevens vermeld de aard van de hypotheek en, in geval van medeëigendom of een rederij, het desbetreffende aandeel van de rechthebbende waarop de hypotheek betrekking heeft.
4. Indien een ingeschreven stuk een wijziging of aanvulling van de in het derde lid bedoelde gegevens betreft, worden de in de registratie voor schepen vermelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht.
5. De in het eerste lid, juncto de artikelen 39, zevende lid, en 41 van de Kadasterregeling 1994 bedoelde aanduidingen van de aard van de ingeschreven stukken luiden bovendien als volgt:
[tabel]
6. In geval van een boeking in het register Hypotheken 4D wordt onder verwijzing van het stukidentificatienummer van het stuk waarop de boeking betrekking heeft achter ‘mede-eigenaar’ opgevoerd ‘boeking in register voorlopige aantekening’.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027703
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl