BWBR0027646
Geldig vanaf 2010-05-20
Artikel 5
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2010 belastingverdrag Nederland–Verenigde Staten van Amerika 1992
1. In afwijking van artikel 4zijn de vennootschap die dividend verschuldigd is, degene bij wie de opbrengst betaalbaar is gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, en degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, bevoegd die opbrengst uit te betalen zonder inhouding van dividendbelasting indien de gerechtigde tot de opbrengst een vrijgesteld pensioenfonds als bedoeld in artikel 35 van het Verdrag is, die gerechtigde voor dividenden als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag in aanmerking komt voor vrijstelling van dividendbelasting en hij bij het dividendbewijs overlegt:
a) een certificaat (formulier 6166), geldig voor het betrokken belastingjaar en afgegeven door de Amerikaanse Internal Revenue Service overeenkomstig de regeling gepubliceerd bij mededeling van 6 augustus 2007, nr. IFZ2007/537M, Stcrt. 2007, 154, en de wijziging gepubliceerd bij mededeling van 19 maart 2010, nr. IFZ 2010/193 M, Stcrt. 2010, nr. 4769, of een geldige kwalificatiebeschikking afgegeven vóór 1 april 2010 door de inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland overeenkomstig laatstgenoemde regeling; en
b) een door de gerechtigde ingevulde en ondertekende verklaring waarin is opgenomen een bevestiging omtrent het voldoen aan de voorwaarden van artikel 26 en artikel 35 van het Verdrag, in samenhang met de regeling gepubliceerd bij mededeling van 6 augustus 2007, nr. IFZ2007/537M, Stcrt. 2007, 154, en de wijziging gepubliceerd bij mededeling van 19 maart 2010, nr. IFZ 2010/193 M, Stcrt. 2010, nr. 4769, in tweevoud op een formulier volgens het in bijlage I opgenomen model (formulier IB 96 USA).
2. Geldige kwalificatiebeschikkingen zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die vóór 1 april 2010 zijn afgegeven door de inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland, kunnen nog worden gebruikt tot 1 april 2013, tenzij zich een materiële wijziging in de feiten en omstandigheden voordoet.
a) een certificaat (formulier 6166), geldig voor het betrokken belastingjaar en afgegeven door de Amerikaanse Internal Revenue Service overeenkomstig de regeling gepubliceerd bij mededeling van 6 augustus 2007, nr. IFZ2007/537M, Stcrt. 2007, 154, en de wijziging gepubliceerd bij mededeling van 19 maart 2010, nr. IFZ 2010/193 M, Stcrt. 2010, nr. 4769, of een geldige kwalificatiebeschikking afgegeven vóór 1 april 2010 door de inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland overeenkomstig laatstgenoemde regeling; en
b) een door de gerechtigde ingevulde en ondertekende verklaring waarin is opgenomen een bevestiging omtrent het voldoen aan de voorwaarden van artikel 26 en artikel 35 van het Verdrag, in samenhang met de regeling gepubliceerd bij mededeling van 6 augustus 2007, nr. IFZ2007/537M, Stcrt. 2007, 154, en de wijziging gepubliceerd bij mededeling van 19 maart 2010, nr. IFZ 2010/193 M, Stcrt. 2010, nr. 4769, in tweevoud op een formulier volgens het in bijlage I opgenomen model (formulier IB 96 USA).
2. Geldige kwalificatiebeschikkingen zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die vóór 1 april 2010 zijn afgegeven door de inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland, kunnen nog worden gebruikt tot 1 april 2013, tenzij zich een materiële wijziging in de feiten en omstandigheden voordoet.