1. Een inwoner van de Verenigde Staten van Amerika die ingevolge artikel 35 of artikel 36 van het Verdrag in aanmerking komt voor vrijstelling van dividendbelasting voor dividenden als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag, heeft recht op teruggaaf van hetgeen aan dividendbelasting is ingehouden.
2. Tot het verkrijgen van teruggaaf levert de belanghebbende een ingevulde verklaring, voorzien van een dagtekening en ondertekening door belanghebbende, van de daarop voorkomende bevestiging omtrent het voldoen aan de voorwaarden van artikel 35, in samenhang met de regeling gepubliceerd bij mededeling van 6 augustus 2007, nr IFZ2007/537M,
Stcrt.2007, 154, en de wijziging gepubliceerd bij mededeling van 19 maart 2010, nr. IFZ 2010/193 M,
Stcrt.2010, nr. 4769, die op grond van artikel 29 van het Verdrag is getroffen tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika, of artikel 36 van het Verdrag, in tweevoud op een formulier volgens het in bijlage I respectievelijk bijlage II opgenomen model (formulier IB 96 USA respectievelijk IB 95 USA) en een certificaat (formulier 6166), geldig voor het betrokken belastingjaar en afgegeven door de Amerikaanse Internal Revenue Service, in bij de in Nederland wonende of gevestigde persoon die de in
artikel 9 van de Wet op de dividendbelasting 1965bedoelde dividendnota waaruit van de betaling van de terug te geven belasting door de belanghebbende blijkt, heeft uitgereikt, onder bijvoeging van de dividendnota. Degene die de dividendnota heeft uitgereikt, zendt, met een begeleidende brief waaruit blijkt dat hij voor de belanghebbende optreedt, de bij hem ingeleverde verklaring in tweevoud tezamen met het certificaat (formulier 6166) en de dividendnota of het afschrift daarvan, aan de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland ten behoeve van de belanghebbende overgemaakt aan degene die de dividendnota heeft uitgereikt.
3. Indien de opbrengst niet is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon en de belanghebbende dientengevolge niet in het bezit is van een in het tweede lid bedoelde dividendnota, zendt hij de in het tweede lid bedoelde verklaring omtrent het voldoen aan de voorwaarden van artikel 35, in samenhang met de regeling gepubliceerd bij mededeling van 6 augustus 2007, nr. IFZ2007/537M,
Stcrt.2007, 154, en de wijziging gepubliceerd bij mededeling van 19 maart 2010, nr. IFZ 2010/193 M,
Stcrt.2010, nr. 4769, of artikel 36 van het Verdrag alsmede een certificaat (formulier 6166), geldig voor het betrokken belastingjaar en afgegeven door de Amerikaanse Internal Revenue Service, rechtstreeks toe aan de inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland, onder bijvoeging van een dividendnota of ander bewijsstuk, waaruit blijken:
a) de desbetreffende opbrengst, en
b) het feit dat de terug te geven belasting door de belanghebbende is betaald.
De inspecteur beslist op het verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland aan de belanghebbende overgemaakt.
4. Indien de inspecteur van de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland gerede twijfel heeft of de gerechtigde tot de opbrengst voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 van het Verdrag, kan hij door tussenkomst van de Belastingdienst/CLO om inlichtingen verzoeken aan de bevoegde Amerikaanse autoriteit.