BWBR0027543
Geldig vanaf 22-04-2010
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Kabinet Minister-President 2009
1. De functionaris, genoemd in artikel 1, maakt van de in artikel 1 aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van het hoofd van het Kabinet Minister-President;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door het hoofd van het Kabinet Minister-President aan hem zijn toevertrouwd.
2. De aan het hoofd van het Kabinet Minister-President krachtens de artikelen 7 en 9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009 verleende bevoegdheden tot het nemen van beslissingen op het gebied van personeelsbeleid, waaronder inbegrepen aanstelling, schorsing en beloningen worden verleend aan de Secretaris MR en aan de Secretaresse SG/PSG, voor de onder deze functionarissen ressorterende functionarissen.
a. bij afwezigheid van het hoofd van het Kabinet Minister-President;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door het hoofd van het Kabinet Minister-President aan hem zijn toevertrouwd.
2. De aan het hoofd van het Kabinet Minister-President krachtens de artikelen 7 en 9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009 verleende bevoegdheden tot het nemen van beslissingen op het gebied van personeelsbeleid, waaronder inbegrepen aanstelling, schorsing en beloningen worden verleend aan de Secretaris MR en aan de Secretaresse SG/PSG, voor de onder deze functionarissen ressorterende functionarissen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027543
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl