BWBR0027525
Geldig vanaf 2010-04-21
Artikel 6
Besluit mandaat, volmacht en machtiging voor de directie Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken 2010
1. Aan de medewerkers financiële administratie wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het doen van uitgaven, voortvloeiend uit besluiten van de directeur, een hoofd of een teammanager die zijn genomen in het kader van:
a. bewust belonen en teambuilding die ten laste komen van de specifieke personeelsrekening ‘Aardigheidjes personeel’;
b. opleidingen en inhuur van tijdelijk personeel.
2. Aan de personeelsmanagement adviseurs wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein volmacht en machtiging verleend voor:
a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst en de afhandeling van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen;
b. het aangaan van verplichtingen inzake de inhuur van tijdelijk personeel ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst en de afhandeling van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen;
c. het aangaan van overige verplichtingen op het gebied van personeel ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst en de afhandeling van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen.
3. Aan de medewerkers p-beheer wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein, machtiging verleend voor het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan inzake opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en uit overige verplichtingen op het gebied van personeel, ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst.
4. Aan de medewerkers van de directie Bedrijfsvoering wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend tot het aangaan van verplichtingen inzake de eigen opleiding tot en met een bedrag van € 5 000,00 per verplichting, exclusief omzetbelasting.
a. bewust belonen en teambuilding die ten laste komen van de specifieke personeelsrekening ‘Aardigheidjes personeel’;
b. opleidingen en inhuur van tijdelijk personeel.
2. Aan de personeelsmanagement adviseurs wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein volmacht en machtiging verleend voor:
a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst en de afhandeling van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen;
b. het aangaan van verplichtingen inzake de inhuur van tijdelijk personeel ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst en de afhandeling van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen;
c. het aangaan van overige verplichtingen op het gebied van personeel ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst en de afhandeling van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen.
3. Aan de medewerkers p-beheer wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein, machtiging verleend voor het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan inzake opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en uit overige verplichtingen op het gebied van personeel, ter uitvoering van een beslissing van een hoofd van dienst.
4. Aan de medewerkers van de directie Bedrijfsvoering wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend tot het aangaan van verplichtingen inzake de eigen opleiding tot en met een bedrag van € 5 000,00 per verplichting, exclusief omzetbelasting.