BWBR0027525
Geldig vanaf 2010-04-21
Artikel 3
Besluit mandaat, volmacht en machtiging voor de directie Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken 2010
1. Aan de hoofden wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. aangelegenheden op zijn werkterrein;
b. het aangaan van financiële verplichtingen tot en met een bedrag van € 100 000,00 per verplichting, exclusief omzetbelasting.
2. Aan de hoofden wordt voorts, ieder voor zich, met betrekking tot de tot hun (vak)eenheid behorende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig het daartoe vastgestelde opleidingsplan en het afhandelen van verzoeken om betaling voortvloeiend uit die verplichtingen;
b. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel binnen het door de directeur daartoe vastgestelde jaarbudget en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen tot en met een bedrag van € 25 000,00 per verplichting, exclusief omzetbelasting;
c. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
d. het accorderen van declaraties voor binnenlandse dienstreizen.
a. aangelegenheden op zijn werkterrein;
b. het aangaan van financiële verplichtingen tot en met een bedrag van € 100 000,00 per verplichting, exclusief omzetbelasting.
2. Aan de hoofden wordt voorts, ieder voor zich, met betrekking tot de tot hun (vak)eenheid behorende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig het daartoe vastgestelde opleidingsplan en het afhandelen van verzoeken om betaling voortvloeiend uit die verplichtingen;
b. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel binnen het door de directeur daartoe vastgestelde jaarbudget en het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit die verplichtingen tot en met een bedrag van € 25 000,00 per verplichting, exclusief omzetbelasting;
c. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
d. het accorderen van declaraties voor binnenlandse dienstreizen.