BWBR0027457
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 5
Instellingsbesluit College en Forum Standaardisatie 2010
1. Het college bestaat uit:
a. een voorzitter aan te wijzen door de Minister van Economische Zaken;
b. drie leden aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. een lid aan te wijzen door onderscheidenlijk: – de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Economische Zaken.
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Economische Zaken.
d. een lid aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. een lid aan te wijzen door de Inspectieraad;
f. een lid aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
g. een lid aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
h. een lid aan te wijzen door de Manifestgroep.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemd.
3. Het college vergadert in ieder geval twee maal per jaar. Bij verhindering dragen de leden zelf zorg voor een doelmatige en vaste vervanging.
a. een voorzitter aan te wijzen door de Minister van Economische Zaken;
b. drie leden aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. een lid aan te wijzen door onderscheidenlijk: – de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Economische Zaken.
– de Minister van Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
– de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Economische Zaken.
d. een lid aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. een lid aan te wijzen door de Inspectieraad;
f. een lid aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
g. een lid aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
h. een lid aan te wijzen door de Manifestgroep.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemd.
3. Het college vergadert in ieder geval twee maal per jaar. Bij verhindering dragen de leden zelf zorg voor een doelmatige en vaste vervanging.