BWBR0027296
Geldig vanaf 2010-02-27
Artikel 10
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009
1. Onverminderd artikel 5wordt aan een diensthoofd de bevoegdheid verleend tot verlening van ondermandaat en het doorverlenen van volmacht en machtiging aan:
a. het plaatsvervangend diensthoofd;
b. een andere onder hem ressorterende functionaris.
2. Bij toepassing van het eerste lid is het diensthoofd bevoegd per geval of in het algemeen nadere instructies te geven ter zake van de uitoefening van het verleende ondermandaat en de doorverleende volmacht en machtiging.
3. Het diensthoofd legt zijn besluiten als bedoeld in het eerste lid ter goedkeuring aan de secretaris-generaal voor.
a. het plaatsvervangend diensthoofd;
b. een andere onder hem ressorterende functionaris.
2. Bij toepassing van het eerste lid is het diensthoofd bevoegd per geval of in het algemeen nadere instructies te geven ter zake van de uitoefening van het verleende ondermandaat en de doorverleende volmacht en machtiging.
3. Het diensthoofd legt zijn besluiten als bedoeld in het eerste lid ter goedkeuring aan de secretaris-generaal voor.