BWBR0027266
Geldig vanaf 2010-03-01
Artikel 4
Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorie AM
De aanvrager van het praktijkexamen dient bij het uitvoeren van de in artikel 3genoemde examenonderdelen blijk te geven:
a. het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op de juiste wijze te bedienen;
b. op juiste en economische wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen;
c. de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;
d. de remmen van het voertuig op juiste wijze te bedienen;
e. de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;
f. het voertuig behoorlijk te beheersen;
g. onder alle omstandigheden rekening te houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;
h. tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen;
i. van defensief rijgedrag in verband met de eigen kwetsbaarheid en beperkte zichtbaarheid.
a. het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op de juiste wijze te bedienen;
b. op juiste en economische wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen;
c. de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;
d. de remmen van het voertuig op juiste wijze te bedienen;
e. de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;
f. het voertuig behoorlijk te beheersen;
g. onder alle omstandigheden rekening te houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;
h. tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen;
i. van defensief rijgedrag in verband met de eigen kwetsbaarheid en beperkte zichtbaarheid.