BWBR0027218
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 5
Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissie 2010
1. Uiterlijk negen maanden voor het verstrijken van de benoemingstermijn verzoekt Onze Minister de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk aan te geven of hij voor herbenoeming in aanmerking wil komen.
2. Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de benoemingstermijn deelt Onze Minister de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk mede of hij voor herbenoeming in aanmerking komt.
3. Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk heeft aangegeven voor herbenoeming in aanmerking te willen komen en Onze Minister voornemens is hem niet te herbenoemen, stelt hij hem in de gelegenheid zienswijzen in te dienen.
4. Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter niet wordt herbenoemd, wordt het ontslag geacht eervol te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken.
2. Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de benoemingstermijn deelt Onze Minister de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk mede of hij voor herbenoeming in aanmerking komt.
3. Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter schriftelijk heeft aangegeven voor herbenoeming in aanmerking te willen komen en Onze Minister voornemens is hem niet te herbenoemen, stelt hij hem in de gelegenheid zienswijzen in te dienen.
4. Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of de zittingsvoorzitter niet wordt herbenoemd, wordt het ontslag geacht eervol te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken.