BWBR0026900
Geldig vanaf 2009-12-21
Artikel 2
Beleidsregels Toelating en gebruik C2000 door derden
1. Een aangewezen gebruiker kan bij de strategisch beheerder van C2000 een aanvraag indienen om een organisatie aan te wijzen als gelieerde. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een door de strategisch beheerder opgesteld aanvraagformulier. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
• een beschrijving van de (wettelijke) taken waarvoor de aangewezen gebruiker de inzet van de gelieerde noodzakelijk acht,
• een beschrijving van de reden en noodzaak voor het gebruik van C2000 door de gelieerde bij deze taken;
• aantallen gespreksgroepen;
• frequentie van gebruik;
• het gebied waar C2000 wordt gebruikt;
• aantal en soort randapparaten en accessoires;
• te gebruiken producten;
• beschrijving van de gewenste fleetmap van de gelieerde en de relatie met de fleetmap van de aangewezen gebruiker;
• een verklaring van de aangewezen gebruiker dat de gelieerde een beveiligingsplan zal opstellen en door de aangewezen gebruiker zal laten goedkeuren vóór de feitelijke ingebruikname van C2000.
2. Voor het aanwijzen van een organisatie als tijdelijk gelieerde heeft een aangewezen gebruiker geen toestemming nodig van de strategisch beheerder. Wel registreert de aangewezen gebruiker de uitgifte en inname van C2000 apparatuur.
3. Een organisatie kan bij de strategisch beheerder van C2000 een aanvraag indienen om te worden aangemerkt als bijzondere gebruiker. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een door de strategisch beheerder opgesteld aanvraagformulier. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
• een beschrijving van de reden en noodzaak van het kunnen beschikken over C2000;
• een beschrijving van de (wettelijke) taken van de bijzondere gebruiker waarvoor C2000 wordt aangevraagd;
• een beschrijving van de samenwerking en de communicatie tussen de bijzondere gebruiker en de aangewezen gebruikers;
• aantallen gespreksgroepen;
• frequentie van gebruik;
• het gebied waar C2000 wordt gebruikt;
• aantal en soort randapparaten en accessoires;
• te gebruiken producten;
• beschrijving van de gewenste fleetmap van de bijzondere gebruiker en de relatie met de fleetmap van de aangewezen gebruikers;
• een beveiligingsplan C2000;
• een beheerplan waaruit blijkt op welke wijze het technische en operationele eerste-, en derdelijns beheer zal worden belegd. Het tweedelijns beheer inclusief de encryptie van randapparatuur wordt exclusief belegd bij de tactisch en operationeel beheerder.
4. Een aanvraag als bedoeld onder het eerste en het derde lid wordt, voordat besluitvorming over de aanvraag plaatsvindt, door de strategisch beheerder van C2000 voor advies voorgelegd aan het adviesorgaan C2000. Het adviesorgaan C2000 zal in principe geen advies uitbrengen over de aanvragen van organisaties die zijn opgenomen in de referentielijst tenzij de strategisch beheerder daar nadrukkelijk om verzoekt.
5. De strategisch beheerder van C2000 neemt, gehoord het advies van het adviesorgaan C2000, een besluit over de aanvraag tot toelating.
6. Na een positief besluit van de strategisch beheerder op een aanvraag als bedoeld onder het eerste lid, sluit de aangewezen gebruiker met de gelieerde een dienstverleningsovereenkomst af.
7. Na een positief besluit van de strategisch beheerder van C2000 op een aanvraag als bedoeld onder het derde lid, sluit de strategisch beheerder met de bijzondere gebruiker een gebruiksovereenkomst af. Hierin worden aard en omvang van het gebruik vastgelegd.
• een beschrijving van de (wettelijke) taken waarvoor de aangewezen gebruiker de inzet van de gelieerde noodzakelijk acht,
• een beschrijving van de reden en noodzaak voor het gebruik van C2000 door de gelieerde bij deze taken;
• aantallen gespreksgroepen;
• frequentie van gebruik;
• het gebied waar C2000 wordt gebruikt;
• aantal en soort randapparaten en accessoires;
• te gebruiken producten;
• beschrijving van de gewenste fleetmap van de gelieerde en de relatie met de fleetmap van de aangewezen gebruiker;
• een verklaring van de aangewezen gebruiker dat de gelieerde een beveiligingsplan zal opstellen en door de aangewezen gebruiker zal laten goedkeuren vóór de feitelijke ingebruikname van C2000.
2. Voor het aanwijzen van een organisatie als tijdelijk gelieerde heeft een aangewezen gebruiker geen toestemming nodig van de strategisch beheerder. Wel registreert de aangewezen gebruiker de uitgifte en inname van C2000 apparatuur.
3. Een organisatie kan bij de strategisch beheerder van C2000 een aanvraag indienen om te worden aangemerkt als bijzondere gebruiker. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een door de strategisch beheerder opgesteld aanvraagformulier. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
• een beschrijving van de reden en noodzaak van het kunnen beschikken over C2000;
• een beschrijving van de (wettelijke) taken van de bijzondere gebruiker waarvoor C2000 wordt aangevraagd;
• een beschrijving van de samenwerking en de communicatie tussen de bijzondere gebruiker en de aangewezen gebruikers;
• aantallen gespreksgroepen;
• frequentie van gebruik;
• het gebied waar C2000 wordt gebruikt;
• aantal en soort randapparaten en accessoires;
• te gebruiken producten;
• beschrijving van de gewenste fleetmap van de bijzondere gebruiker en de relatie met de fleetmap van de aangewezen gebruikers;
• een beveiligingsplan C2000;
• een beheerplan waaruit blijkt op welke wijze het technische en operationele eerste-, en derdelijns beheer zal worden belegd. Het tweedelijns beheer inclusief de encryptie van randapparatuur wordt exclusief belegd bij de tactisch en operationeel beheerder.
4. Een aanvraag als bedoeld onder het eerste en het derde lid wordt, voordat besluitvorming over de aanvraag plaatsvindt, door de strategisch beheerder van C2000 voor advies voorgelegd aan het adviesorgaan C2000. Het adviesorgaan C2000 zal in principe geen advies uitbrengen over de aanvragen van organisaties die zijn opgenomen in de referentielijst tenzij de strategisch beheerder daar nadrukkelijk om verzoekt.
5. De strategisch beheerder van C2000 neemt, gehoord het advies van het adviesorgaan C2000, een besluit over de aanvraag tot toelating.
6. Na een positief besluit van de strategisch beheerder op een aanvraag als bedoeld onder het eerste lid, sluit de aangewezen gebruiker met de gelieerde een dienstverleningsovereenkomst af.
7. Na een positief besluit van de strategisch beheerder van C2000 op een aanvraag als bedoeld onder het derde lid, sluit de strategisch beheerder met de bijzondere gebruiker een gebruiksovereenkomst af. Hierin worden aard en omvang van het gebruik vastgelegd.