BWBR0026759
Geldig vanaf 2009-12-23
Artikel 42
Dienstenwet
1. Voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 32, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">34</a>, <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">35</a>en <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">36 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>wordt als aanvrager aangemerkt de dienstverrichter ten aanzien van wie de verklaring wordt gevraagd.
2. Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt de dienstverrichter ten aanzien van wie de verklaring wordt gevraagd in kennis van de in artikel 41, tweede lid, bedoelde aanvraag en vraagt zijn instemming met het in behandeling nemen van de aanvraag.
3. Indien de dienstverrichter geen instemming verleent, bericht Onze Minister van Veiligheid en Justitie dit aan de bevoegde instantie die de verklaring heeft aangevraagd.
4. Artikel 37, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de in het derde lid bedoelde berichten.
5. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie van de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, een vergoeding van kosten verlangen. <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 39, tweede en vierde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>is van overeenkomstige toepassing.
2. Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt de dienstverrichter ten aanzien van wie de verklaring wordt gevraagd in kennis van de in artikel 41, tweede lid, bedoelde aanvraag en vraagt zijn instemming met het in behandeling nemen van de aanvraag.
3. Indien de dienstverrichter geen instemming verleent, bericht Onze Minister van Veiligheid en Justitie dit aan de bevoegde instantie die de verklaring heeft aangevraagd.
4. Artikel 37, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de in het derde lid bedoelde berichten.
5. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie van de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, een vergoeding van kosten verlangen. <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 39, tweede en vierde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>is van overeenkomstige toepassing.