BWBR0026759
Geldig vanaf 2009-12-23
Artikel 34
Dienstenwet
1. Een dienstverrichter stelt de bevoegde instantie die een vergunning heeft verleend in kennis van:
a. de oprichting van dochterondernemingen waarvan de activiteiten onder de desbetreffende vergunning vallen;
b. wijzigingen in zijn situatie waardoor niet meer aan de voorwaarden van de desbetreffende vergunning wordt voldaan.
2. Een dienstverrichter die de aanvraag om de vergunning heeft gedaan via het centraal loket, verricht de mededeling, bedoeld in het eerste lid, door verzending via het centraal loket.
a. de oprichting van dochterondernemingen waarvan de activiteiten onder de desbetreffende vergunning vallen;
b. wijzigingen in zijn situatie waardoor niet meer aan de voorwaarden van de desbetreffende vergunning wordt voldaan.
2. Een dienstverrichter die de aanvraag om de vergunning heeft gedaan via het centraal loket, verricht de mededeling, bedoeld in het eerste lid, door verzending via het centraal loket.