BWBR0026664
Geldig vanaf 2013-02-25
Artikel 7
Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie
1. Ondermandaat door het College ten aanzien van de behandeling van en beslissing op beroepschriften tegen de in artikel 6, lid 1, bedoelde bezwaarschriften kan worden verleend aan:
a. het hoofd van de afdeling Bestuurlijk en Juridische Zaken;
b. Het hoofd van de centrale verwerking openbaar ministerie voor zover het gaat om beroepschriften in zaken die de centrale verwerking openbaar ministerie betreffen en die betrekking hebben op de Wet openbaarheid van bestuur en de verschuldigdheid en de hoogte van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen in de zin van artikelen 4:17 en 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. De in het eerste lid, onder b genoemde functionaris kan het ondermandaat voor de behandeling van beroepschriften en het optreden ter zitting doorgeven aan onder hem ressorterende medewerkers die met die taak zijn belast.
a. het hoofd van de afdeling Bestuurlijk en Juridische Zaken;
b. Het hoofd van de centrale verwerking openbaar ministerie voor zover het gaat om beroepschriften in zaken die de centrale verwerking openbaar ministerie betreffen en die betrekking hebben op de Wet openbaarheid van bestuur en de verschuldigdheid en de hoogte van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen in de zin van artikelen 4:17 en 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. De in het eerste lid, onder b genoemde functionaris kan het ondermandaat voor de behandeling van beroepschriften en het optreden ter zitting doorgeven aan onder hem ressorterende medewerkers die met die taak zijn belast.