BWBR0026664
Geldig vanaf 2013-02-25
Artikel 3
Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie
Aan het College wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de minister behorende aangelegenheden op het terrein van het openbaar ministerie, met uitzondering van:
a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Koningin;
2°. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
3°. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
4°. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State;
5°. de president van de Algemene Rekenkamer;
6°. de Nationale ombudsman, behoudens indien het gaat om : – ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
1°. de Koningin;
2°. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
3°. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
4°. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State;
5°. de president van de Algemene Rekenkamer;
6°. de Nationale ombudsman, behoudens indien het gaat om : – ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
b. de behandeling van klachten die gedragingen van het College of leden daarvan betreffen.
a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Koningin;
2°. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
3°. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
4°. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State;
5°. de president van de Algemene Rekenkamer;
6°. de Nationale ombudsman, behoudens indien het gaat om : – ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
1°. de Koningin;
2°. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
3°. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
4°. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State;
5°. de president van de Algemene Rekenkamer;
6°. de Nationale ombudsman, behoudens indien het gaat om : – ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen;
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten;
– stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
b. de behandeling van klachten die gedragingen van het College of leden daarvan betreffen.