BWBR0026630
Geldig vanaf 2009-11-12
Artikel 2
Besluit mandaat en machtiging Tijdelijke subsidieregeling innovatieketen water
1. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt mandaat verleend om in het kader van de in artikel 1genoemde regeling namens de Minister van Verkeer en Waterstaat beslissingen op bezwaar te nemen.
2. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
3. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt tevens machtiging verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat verweer te voeren in beroepszaken.
5. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan de in het derde en vierde lid aan hem verleende machtigingen doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
2. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
3. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt tevens machtiging verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat verweer te voeren in beroepszaken.
5. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan de in het derde en vierde lid aan hem verleende machtigingen doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.