Artikel 1
1. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt, voor de periode op grond waarvan subsidies kunnen worden verleend op basis van de Tijdelijke subsidieregeling innovatieketen water, mandaat verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat besluiten te nemen in het kader van de uitvoering van de Tijdelijke subsidieregeling innovatieketen water.
2. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.
3. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan de in het derde lid aan hem verleende machtiging doorverlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.
2. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.
3. Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. De algemeen directeur van Dienst Uitvoering kan de in het derde lid aan hem verleende machtiging doorverlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.