BWBR0026570
Geldig vanaf 2009-11-01
Artikel 22
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
1. Het gebruik van een luchthaven voldoet aan de volgende eisen:
a. de exploitant wijst een beheerder aan;
b. de beheerder wordt door de exploitant belast met het dagelijkse toezicht op de luchthaven en in het bijzonder met het toezicht op de veiligheid en de goede orde op de luchthaven;
c. het gebruik van de luchthaven wordt door de exploitant vastgelegd in een register. In dit register worden ten minste de navolgende gegevens vermeld: 1°. het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, type luchtvaartuig tevens inhoudende de inrichting van het luchtvaartuig en de naam van de eigenaar c.q. houder;
2°. de naam van de gezagvoerder van het luchtvaartuig;
3°. de luchthaven, waarvan het luchtvaartuig het laatst is vertrokken, alsmede het tijdstip van aankomst;
4°. de luchthaven van bestemming, alsmede tijdstip van vertrek;
5°. de aard van de vlucht, alsmede het aantal inzittenden;
6°. de baan- en circuitrichting;
1°. het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, type luchtvaartuig tevens inhoudende de inrichting van het luchtvaartuig en de naam van de eigenaar c.q. houder;
2°. de naam van de gezagvoerder van het luchtvaartuig;
3°. de luchthaven, waarvan het luchtvaartuig het laatst is vertrokken, alsmede het tijdstip van aankomst;
4°. de luchthaven van bestemming, alsmede tijdstip van vertrek;
5°. de aard van de vlucht, alsmede het aantal inzittenden;
6°. de baan- en circuitrichting;
d. de gegevens van het register worden ten minste 2 jaar bewaard.
e. de exploitant draagt de volgende gegevens over aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van luchtvaartpublicaties: 1°. het feitelijke adres van de luchthaven;
2°. de aangewezen geografische positie van de luchthaven in noordelijke breedte en oostelijke lengte;
3°. naam en telefoonnummer van de beheerder van de luchthaven;
1°. het feitelijke adres van de luchthaven;
2°. de aangewezen geografische positie van de luchthaven in noordelijke breedte en oostelijke lengte;
3°. naam en telefoonnummer van de beheerder van de luchthaven;
f. het innemen van brandstof door een luchtvaartuig vindt plaats met uitgeschakelde motor en met stilstaande propeller of rotorbladen;
g. de exploitant draagt er zorg voor dat het gebruik is afgestemd op de beschikbare landings- en parkeercapaciteit op de luchthaven.
2. Het eerste lid, onderdelen f en g, zijn van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik, met dien verstande dat in plaats van ‘de exploitant’ wordt gelezen: de houder van de ontheffing, bedoeld in artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart.
a. de exploitant wijst een beheerder aan;
b. de beheerder wordt door de exploitant belast met het dagelijkse toezicht op de luchthaven en in het bijzonder met het toezicht op de veiligheid en de goede orde op de luchthaven;
c. het gebruik van de luchthaven wordt door de exploitant vastgelegd in een register. In dit register worden ten minste de navolgende gegevens vermeld: 1°. het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, type luchtvaartuig tevens inhoudende de inrichting van het luchtvaartuig en de naam van de eigenaar c.q. houder;
2°. de naam van de gezagvoerder van het luchtvaartuig;
3°. de luchthaven, waarvan het luchtvaartuig het laatst is vertrokken, alsmede het tijdstip van aankomst;
4°. de luchthaven van bestemming, alsmede tijdstip van vertrek;
5°. de aard van de vlucht, alsmede het aantal inzittenden;
6°. de baan- en circuitrichting;
1°. het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, type luchtvaartuig tevens inhoudende de inrichting van het luchtvaartuig en de naam van de eigenaar c.q. houder;
2°. de naam van de gezagvoerder van het luchtvaartuig;
3°. de luchthaven, waarvan het luchtvaartuig het laatst is vertrokken, alsmede het tijdstip van aankomst;
4°. de luchthaven van bestemming, alsmede tijdstip van vertrek;
5°. de aard van de vlucht, alsmede het aantal inzittenden;
6°. de baan- en circuitrichting;
d. de gegevens van het register worden ten minste 2 jaar bewaard.
e. de exploitant draagt de volgende gegevens over aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van luchtvaartpublicaties: 1°. het feitelijke adres van de luchthaven;
2°. de aangewezen geografische positie van de luchthaven in noordelijke breedte en oostelijke lengte;
3°. naam en telefoonnummer van de beheerder van de luchthaven;
1°. het feitelijke adres van de luchthaven;
2°. de aangewezen geografische positie van de luchthaven in noordelijke breedte en oostelijke lengte;
3°. naam en telefoonnummer van de beheerder van de luchthaven;
f. het innemen van brandstof door een luchtvaartuig vindt plaats met uitgeschakelde motor en met stilstaande propeller of rotorbladen;
g. de exploitant draagt er zorg voor dat het gebruik is afgestemd op de beschikbare landings- en parkeercapaciteit op de luchthaven.
2. Het eerste lid, onderdelen f en g, zijn van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik, met dien verstande dat in plaats van ‘de exploitant’ wordt gelezen: de houder van de ontheffing, bedoeld in artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart.