BWBR0026570
Geldig vanaf 2009-11-01
Artikel 19
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op:
a. burgerluchthavens die niet onder de reikwijdte van hoofdstuk 2 vallen en die niet gecertificeerd zijn als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 139/2014;
b. terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik;
c. terreinen die gebruikt worden voor het landen of opstijgen van een vrije ballon, een schermzweeftoestel of een zeilvliegtuig;
d. terreinen die gebruikt worden voor het opstijgen van een luchtvaartuig nadat deze een nood- of voorzorgslanding heeft gemaakt.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
a. burgerluchthavens die uitsluitend gebruikt worden om te soaren;
b. terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik die gebruikt worden door vliegtuigen die deelnemen aan een luchtvaartvertoning of die uitsluitend gebruikt worden om te soaren;
c. luchthavens die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor de start en landing van modelluchtvaartuigen, waarvan de totale massa ten hoogste 25 kilogram bedraagt.
a. burgerluchthavens die niet onder de reikwijdte van hoofdstuk 2 vallen en die niet gecertificeerd zijn als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 139/2014;
b. terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik;
c. terreinen die gebruikt worden voor het landen of opstijgen van een vrije ballon, een schermzweeftoestel of een zeilvliegtuig;
d. terreinen die gebruikt worden voor het opstijgen van een luchtvaartuig nadat deze een nood- of voorzorgslanding heeft gemaakt.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
a. burgerluchthavens die uitsluitend gebruikt worden om te soaren;
b. terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik die gebruikt worden door vliegtuigen die deelnemen aan een luchtvaartvertoning of die uitsluitend gebruikt worden om te soaren;
c. luchthavens die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor de start en landing van modelluchtvaartuigen, waarvan de totale massa ten hoogste 25 kilogram bedraagt.