BWBR0026565
Geldig vanaf 2009-10-31
Artikel 5
Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s
1. De aanvullende bekostiging wordt over de daarvoor in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen, bedoeld in artikel 3, verdeeld naar rato van het aantal studenten van een in aanmerking komend bevoegd gezag dat volgens de BRP woonachtig is binnen de Randstadregio’s op het totaal aantal volgens de BRP in de Randstadregio’s woonachtige studenten van alle in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen. Voor het bepalen van deze studentenaantallen vormt de teldatum van 1/10/2007 het uitgangspunt.
2. Bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging voor een in aanmerking komend bevoegd gezag wordt bij de in de Randstadregio’s woonachtige studenten onderscheid gemaakt naar voltijd- en deeltijd studenten, waarbij voltijdstudenten met factor 1 en deeltijdstudenten met factor 0,3 gewogen worden.
3. Indien een bevoegd gezag dat voor wat betreft de studenten voldoet aan het gestelde in artikel 3in totaal minder dan 5.000 studenten heeft, dan tellen alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, mee bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging.
4. De aanvullende bekostiging van een op grond van artikel 3in aanmerking komend bevoegd gezag wordt berekend op grond van de volgende formule: Xi= A1 * (DDRi * 0,3 + VDRi * 1) / DRT
De definitie van de verschillende componenten uit deze formule is als volgt:
i = een in aanmerking komend bevoegd gezag van een instelling, waarbij geldt dat als het bevoegd gezag minder dan 5000 studenten heeft, alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, meetellen bij de berekening van Xi;
Xi = de aanvullende bekostiging voor een individuele instelling;
A1 = het totaalbedrag voor de aanvullende bekostiging van deze regeling;
DDRi= de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige deeltijdstudenten ingeschreven bij instelling i;
VDRi = de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige voltijdstudenten ingeschreven bij instelling i;
DRT= alle op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige studenten gewogen naar deeltijdfactor van alle in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen inclusief de buiten de Randstadregio’s woonachtige studenten van de in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen met minder dan 5000 ingeschreven studenten.
2. Bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging voor een in aanmerking komend bevoegd gezag wordt bij de in de Randstadregio’s woonachtige studenten onderscheid gemaakt naar voltijd- en deeltijd studenten, waarbij voltijdstudenten met factor 1 en deeltijdstudenten met factor 0,3 gewogen worden.
3. Indien een bevoegd gezag dat voor wat betreft de studenten voldoet aan het gestelde in artikel 3in totaal minder dan 5.000 studenten heeft, dan tellen alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, mee bij de berekening van de omvang van de aanvullende bekostiging.
4. De aanvullende bekostiging van een op grond van artikel 3in aanmerking komend bevoegd gezag wordt berekend op grond van de volgende formule: Xi= A1 * (DDRi * 0,3 + VDRi * 1) / DRT
De definitie van de verschillende componenten uit deze formule is als volgt:
i = een in aanmerking komend bevoegd gezag van een instelling, waarbij geldt dat als het bevoegd gezag minder dan 5000 studenten heeft, alle bij die instelling ingeschreven studenten, ongeacht woonplaats, meetellen bij de berekening van Xi;
Xi = de aanvullende bekostiging voor een individuele instelling;
A1 = het totaalbedrag voor de aanvullende bekostiging van deze regeling;
DDRi= de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige deeltijdstudenten ingeschreven bij instelling i;
VDRi = de op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige voltijdstudenten ingeschreven bij instelling i;
DRT= alle op teldatum 1/10/2007 in de Randstadregio’s woonachtige studenten gewogen naar deeltijdfactor van alle in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen inclusief de buiten de Randstadregio’s woonachtige studenten van de in aanmerking komende bevoegde gezagsorganen met minder dan 5000 ingeschreven studenten.