BWBR0026565
Geldig vanaf 2009-10-31
Artikel 2
Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s
1. De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een instelling:
a. ter versterking van de salarismix binnen de Randstadregio’s door het aandeel docenten in voltijdequivalenten in bezoldigingsschaal LC en/of LD en/of LE te verhogen;
b. ter verlichting van de werkdruk in de Randstadregio’s door extra functies voor instructeurs en/of docenten te realiseren.
2. De aanvullende bekostiging wordt verstrekt op grond van de volgende overwegingen:
a. Versterking van de salarismix in de Randstadregio’s maakt deel uit van de afspraken in het Convenant Leerkracht van Nederland van 10 december 2008.
b. In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat 75% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling ingezet zal worden voor de verhoging van het aandeel docenten in voltijdequivalenten in hogere bezoldigingsschalen, conform de doelomschrijving in artikel 2, eerste lid onder a. De resterende 25% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling zal worden ingezet voor extra functies voor instructeurs en/of docenten, conform de doelomschrijving in artikel 2, eerste lid onder b.
c. In het Convenant Leerkracht van Nederland is vastgelegd dat de aanvullende convenantmiddelen aan het begin van schooljaar 2012−2013 beschikbaar komen als de sector de tussendoelen in 2011 heeft bereikt, welke voortvloeien uit de prestatieafspraken voor de salarismix in het middelbaar beroepsonderwijs die voor 2014 zijn vastgelegd.
d. In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat in het kader van de monitoring van de convenantmiddelen per instelling jaarlijks wordt bekeken of de convenantmiddelen volledig aan de omschreven doelen zijn besteed.
e. Tevens is in het convenant een stabiele verhouding tussen docenten en ondersteunend personeel afgesproken.
f. Indien de sector in 2011 de tussendoelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder c niet heeft gerealiseerd, dan worden de aanvullende middelen voor de in het eerste lid van dit artikel genoemde doelen op instellingsniveau afgestemd op de op dat moment gerealiseerde salarismix.
a. ter versterking van de salarismix binnen de Randstadregio’s door het aandeel docenten in voltijdequivalenten in bezoldigingsschaal LC en/of LD en/of LE te verhogen;
b. ter verlichting van de werkdruk in de Randstadregio’s door extra functies voor instructeurs en/of docenten te realiseren.
2. De aanvullende bekostiging wordt verstrekt op grond van de volgende overwegingen:
a. Versterking van de salarismix in de Randstadregio’s maakt deel uit van de afspraken in het Convenant Leerkracht van Nederland van 10 december 2008.
b. In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat 75% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling ingezet zal worden voor de verhoging van het aandeel docenten in voltijdequivalenten in hogere bezoldigingsschalen, conform de doelomschrijving in artikel 2, eerste lid onder a. De resterende 25% van de aanvullende bekostiging verstrekt op grond van deze regeling zal worden ingezet voor extra functies voor instructeurs en/of docenten, conform de doelomschrijving in artikel 2, eerste lid onder b.
c. In het Convenant Leerkracht van Nederland is vastgelegd dat de aanvullende convenantmiddelen aan het begin van schooljaar 2012−2013 beschikbaar komen als de sector de tussendoelen in 2011 heeft bereikt, welke voortvloeien uit de prestatieafspraken voor de salarismix in het middelbaar beroepsonderwijs die voor 2014 zijn vastgelegd.
d. In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat in het kader van de monitoring van de convenantmiddelen per instelling jaarlijks wordt bekeken of de convenantmiddelen volledig aan de omschreven doelen zijn besteed.
e. Tevens is in het convenant een stabiele verhouding tussen docenten en ondersteunend personeel afgesproken.
f. Indien de sector in 2011 de tussendoelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder c niet heeft gerealiseerd, dan worden de aanvullende middelen voor de in het eerste lid van dit artikel genoemde doelen op instellingsniveau afgestemd op de op dat moment gerealiseerde salarismix.