BWBR0026564
Geldig vanaf 2009-11-01
Artikel 11
Regeling burgerluchthavens
1. De aanvraag voor een verklaring als bedoeld in artikel 8.49, eerste lid, van de wetbevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. het aantal en de soort luchtvaartuigen die naar verwachting van de luchthaven gebruik zullen maken;
b. het tijdstip waarop de luchtvaartuigen naar verwachting van de luchthaven gebruik zullen maken;
c. de verwachte verdeling van het luchthavenluchtverkeer over de op de luchthaven aanwezige start- en landingsbanen;
d. indien de aanvraag betrekking heeft op een luchthavenbesluit of luchthavenregeling voor een: 1°. luchthaven op een terrein dat nog niet eerder als luchthaven in gebruik is geweest;
2°. baanverlenging op een reeds bestaande luchthaven;
3°. uitbreiding van het banenstelsel op een bestaande luchthaven; of
4°. verdraaiing van een baan op een bestaande luchthaven: een kaart van het gebied berekend overeenkomstig de artikelen 8 en 9 met daarin aangegeven de objecten die hoger zijn dan de op basis van de artikelen 8 en 9 toegestane maximale bouwhoogte en een kaart van de overeenkomstig artikel 7 berekende gebieden met daarop aangegeven de obstakels en hellingen die niet voldoen aan de in artikel 7 gestelde eisen;
1°. luchthaven op een terrein dat nog niet eerder als luchthaven in gebruik is geweest;
2°. baanverlenging op een reeds bestaande luchthaven;
3°. uitbreiding van het banenstelsel op een bestaande luchthaven; of
4°. verdraaiing van een baan op een bestaande luchthaven: een kaart van het gebied berekend overeenkomstig de artikelen 8 en 9 met daarin aangegeven de objecten die hoger zijn dan de op basis van de artikelen 8 en 9 toegestane maximale bouwhoogte en een kaart van de overeenkomstig artikel 7 berekende gebieden met daarop aangegeven de obstakels en hellingen die niet voldoen aan de in artikel 7 gestelde eisen;
e. indien de aanvraag betrekking heeft op een luchthaven met een instrumentbaan categorie I, II of III op een terrein dat nog niet eerder als luchthaven in gebruik is geweest: een onderzoek op grond waarvan kan worden beoordeeld in hoeverre het grondgebruik in een straal van 6 kilometer rond het luchthavengebied gevaar oplevert voor de vliegveiligheid in verband met vogelaanvaringen; en
f. het door provinciale staten voor de desbetreffende luchthaven vastgestelde luchthavenbesluit of de luchthavenregeling.
2. De aanvraag wordt ingediend bij de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
a. het aantal en de soort luchtvaartuigen die naar verwachting van de luchthaven gebruik zullen maken;
b. het tijdstip waarop de luchtvaartuigen naar verwachting van de luchthaven gebruik zullen maken;
c. de verwachte verdeling van het luchthavenluchtverkeer over de op de luchthaven aanwezige start- en landingsbanen;
d. indien de aanvraag betrekking heeft op een luchthavenbesluit of luchthavenregeling voor een: 1°. luchthaven op een terrein dat nog niet eerder als luchthaven in gebruik is geweest;
2°. baanverlenging op een reeds bestaande luchthaven;
3°. uitbreiding van het banenstelsel op een bestaande luchthaven; of
4°. verdraaiing van een baan op een bestaande luchthaven: een kaart van het gebied berekend overeenkomstig de artikelen 8 en 9 met daarin aangegeven de objecten die hoger zijn dan de op basis van de artikelen 8 en 9 toegestane maximale bouwhoogte en een kaart van de overeenkomstig artikel 7 berekende gebieden met daarop aangegeven de obstakels en hellingen die niet voldoen aan de in artikel 7 gestelde eisen;
1°. luchthaven op een terrein dat nog niet eerder als luchthaven in gebruik is geweest;
2°. baanverlenging op een reeds bestaande luchthaven;
3°. uitbreiding van het banenstelsel op een bestaande luchthaven; of
4°. verdraaiing van een baan op een bestaande luchthaven: een kaart van het gebied berekend overeenkomstig de artikelen 8 en 9 met daarin aangegeven de objecten die hoger zijn dan de op basis van de artikelen 8 en 9 toegestane maximale bouwhoogte en een kaart van de overeenkomstig artikel 7 berekende gebieden met daarop aangegeven de obstakels en hellingen die niet voldoen aan de in artikel 7 gestelde eisen;
e. indien de aanvraag betrekking heeft op een luchthaven met een instrumentbaan categorie I, II of III op een terrein dat nog niet eerder als luchthaven in gebruik is geweest: een onderzoek op grond waarvan kan worden beoordeeld in hoeverre het grondgebruik in een straal van 6 kilometer rond het luchthavengebied gevaar oplevert voor de vliegveiligheid in verband met vogelaanvaringen; en
f. het door provinciale staten voor de desbetreffende luchthaven vastgestelde luchthavenbesluit of de luchthavenregeling.
2. De aanvraag wordt ingediend bij de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.