BWBR0026543
Geldig vanaf 2010-05-10
Artikel 60aa
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 4:27, eerste lid, van de regelingkunnen worden ingediend voor het volledig doorlopen van een beoordeling door onafhankelijke deskundigen in het kader van een traject ter certificering van visserijproducten die zijn gevangen of gekweekt met milieuvriendelijke productiemethoden, voor zover die beoordeling van gemeenschappelijk belang is voor een unieke vorm van zee-, kust- of binnenvisserij, schelpdier- en viskweek, gedefinieerd aan de hand van:
a. de doelsoort;
b. de vis- of kweekmethode, en
c. het vis- of kweekgebied.
2. Een traject ter certificering als bedoeld in het eerste lid, voldoet naar het oordeel van de Minister, voor binnenvisserij en schelpdier- en viskweek voorzover van toepassing, aan de ‘Guidelines for the ecolabelling of fish and fishery products from marine capture fisheries’ van de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties, waarbij de volgende thema’s van belang zijn:
a. structuur en procedures voor het opstellen van de standaard voor certificering;
b. participatie van belanghebbenden bij het opstellen van de standaard voor certificering;
c. accreditatie en certiferingsstructuren, en
d. accreditatie en certiferingsprocedures.
3. Op verzoek van de Minister maakt een aanvrager aannemelijk dat het traject ter certificering, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de guidelines, bedoeld in het tweede lid.
4. Het gemeenschappelijke belang, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit het voor de eerste maal doorlopen van de beoordeling door onafhankelijke deskundigen, bedoeld in het eerste lid, dat een toegevoegde waarde heeft voor de desbetreffende unieke vorm van zee-, kust- of binnenvisserij, schelpdierkweek en aquacultuur.
5. Onder vismethode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan de vismethoden, bedoeld in:
a. de internationale statistische standaardindeling van vistuig (ISSCFG);
b. bijlage I van Verordening (EU) nr. 1342/2008 van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 (Pb L 348), of
c. artikel 1 van het Reglement voor de binnenvisserij.
6. onder kweekmethode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wordt verstaan:
a. een open aquacultuurvoorziening, of
b. een gesloten aquacultuurvoorziening.
7. Het vis- of kweekgebied, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan bestaan uit:
a. het IJsselmeer, bedoeld in artikel 1, onderdeel t, van de Uitvoeringsregeling visserij;
b. de binnenwateren, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling visserij, met uitzondering van het IJsselmeer;
c. één van de kustwateren, bedoeld in artikel 2 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, of
d. een deelgebied of sectorgebied van een internationaal vastgesteld statistisch zeevisserijgebied.
8. In afwijking van artikel 4:27, tweede lid, van de regelingkomen een erkende beroepsorganisatie, een samenwerkingsverband van visserijondernemingen of een combinatie daarvan in aanmerking voor de subsidie.
a. de doelsoort;
b. de vis- of kweekmethode, en
c. het vis- of kweekgebied.
2. Een traject ter certificering als bedoeld in het eerste lid, voldoet naar het oordeel van de Minister, voor binnenvisserij en schelpdier- en viskweek voorzover van toepassing, aan de ‘Guidelines for the ecolabelling of fish and fishery products from marine capture fisheries’ van de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties, waarbij de volgende thema’s van belang zijn:
a. structuur en procedures voor het opstellen van de standaard voor certificering;
b. participatie van belanghebbenden bij het opstellen van de standaard voor certificering;
c. accreditatie en certiferingsstructuren, en
d. accreditatie en certiferingsprocedures.
3. Op verzoek van de Minister maakt een aanvrager aannemelijk dat het traject ter certificering, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de guidelines, bedoeld in het tweede lid.
4. Het gemeenschappelijke belang, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit het voor de eerste maal doorlopen van de beoordeling door onafhankelijke deskundigen, bedoeld in het eerste lid, dat een toegevoegde waarde heeft voor de desbetreffende unieke vorm van zee-, kust- of binnenvisserij, schelpdierkweek en aquacultuur.
5. Onder vismethode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan de vismethoden, bedoeld in:
a. de internationale statistische standaardindeling van vistuig (ISSCFG);
b. bijlage I van Verordening (EU) nr. 1342/2008 van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 (Pb L 348), of
c. artikel 1 van het Reglement voor de binnenvisserij.
6. onder kweekmethode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wordt verstaan:
a. een open aquacultuurvoorziening, of
b. een gesloten aquacultuurvoorziening.
7. Het vis- of kweekgebied, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan bestaan uit:
a. het IJsselmeer, bedoeld in artikel 1, onderdeel t, van de Uitvoeringsregeling visserij;
b. de binnenwateren, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling visserij, met uitzondering van het IJsselmeer;
c. één van de kustwateren, bedoeld in artikel 2 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, of
d. een deelgebied of sectorgebied van een internationaal vastgesteld statistisch zeevisserijgebied.
8. In afwijking van artikel 4:27, tweede lid, van de regelingkomen een erkende beroepsorganisatie, een samenwerkingsverband van visserijondernemingen of een combinatie daarvan in aanmerking voor de subsidie.