BWBR0026543
Geldig vanaf 2010-05-10
Artikel 5a
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2010
1. De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid:
a. kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, c en d, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten en voor zover deze ten minste betrekking hebben op: a. een beschrijving van de moeilijkheden waarin het bedrijf verkeert met een kwantificering daarvan;
b. de stappen die de onderneming kan nemen die leiden tot verbetering en de financiële aspecten die daarbij aan de orde komen.
a. een beschrijving van de moeilijkheden waarin het bedrijf verkeert met een kwantificering daarvan;
b. de stappen die de onderneming kan nemen die leiden tot verbetering en de financiële aspecten die daarbij aan de orde komen.
2. De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
a. kunnen uitsluitend tot subsidieverlening leiden, indien de aanvrager een bankverklaring overlegt waaruit volgt dat de onderneming liquiditeitsproblemen ondervindt en daardoor volgens normaal bankgebruik geen financiering kan krijgen;
b. kunnen uitsluitend tot subsidievaststelling leiden, indien de ingeschakelde adviseur of instelling voldoet aan artikel 2:8, tweede lid, onderdeel e, van de regeling.
3. Op de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is artikel 2:1a, aanhef en onderdeel a, van de regelingniet van toepassing.
a. kunnen uitsluitend worden ingediend voor de in artikel 2:3, tweede lid, onderdelen a, c en d, van de regeling genoemde typen bedrijfsconsulten en voor zover deze ten minste betrekking hebben op: a. een beschrijving van de moeilijkheden waarin het bedrijf verkeert met een kwantificering daarvan;
b. de stappen die de onderneming kan nemen die leiden tot verbetering en de financiële aspecten die daarbij aan de orde komen.
a. een beschrijving van de moeilijkheden waarin het bedrijf verkeert met een kwantificering daarvan;
b. de stappen die de onderneming kan nemen die leiden tot verbetering en de financiële aspecten die daarbij aan de orde komen.
2. De aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
a. kunnen uitsluitend tot subsidieverlening leiden, indien de aanvrager een bankverklaring overlegt waaruit volgt dat de onderneming liquiditeitsproblemen ondervindt en daardoor volgens normaal bankgebruik geen financiering kan krijgen;
b. kunnen uitsluitend tot subsidievaststelling leiden, indien de ingeschakelde adviseur of instelling voldoet aan artikel 2:8, tweede lid, onderdeel e, van de regeling.
3. Op de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is artikel 2:1a, aanhef en onderdeel a, van de regelingniet van toepassing.