BWBR0026453
Geldig vanaf 2011-08-24
Artikel 9
Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties
1. De exameninstelling is belast met de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot het organiseren en afnemen van het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waaronder:
a. het uitbrengen van het advies, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b. het geven van voorlichting over en bekendheid aan het examen;
c. het vaststellen van de examendatum, het tijdstip en de plaats;
d. het toezenden van de uitnodiging voor de deelname aan het examen;
e. het afnemen van het examen door examinatoren;
f. het factureren van de vergoeding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aan een deelnemer;
g. het binnen drie weken na afloop van het examen uitbrengen van het advies, bedoeld in artikel 5, en
h. het registeren van individuele en algemene resultaten van de examens.
2. De exameninstelling stelt een examenreglement vast. Het reglement bevat ten minste:
a. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen;
b. de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in artikel 5;
c. onverminderd artikel 10 de termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en
d. de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling.
3. De exameninstelling stelt een huishoudelijk reglement vast dat ten minste bevat:
a. de taken die een examinator heeft;
b. de criteria waaraan de examinator moet voldoen, waarbij ten minste wordt vastgelegd: 1°. dat hij voldoende kennis heeft van de relevante examenmethoden en de examendocumenten, en
2°. dat hij voldoende relevante praktijkervaring heeft;
1°. dat hij voldoende kennis heeft van de relevante examenmethoden en de examendocumenten, en
2°. dat hij voldoende relevante praktijkervaring heeft;
c. de criteria waaraan de examenruimte moet voldoen en welke technische middelen en hulpmiddelen beschikbaar moeten zijn;
d. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling.
4. Het examenreglement, het huishoudelijk reglement, en wijzigingen hiervan behoeven de goedkeuring van de minister.
5. De exameninstelling is onafhankelijk en onpartijdig en neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement en het huishoudelijk reglement in acht.
6. De exameninstelling neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen.
7. Indien de exameninstelling niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.
a. het uitbrengen van het advies, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b. het geven van voorlichting over en bekendheid aan het examen;
c. het vaststellen van de examendatum, het tijdstip en de plaats;
d. het toezenden van de uitnodiging voor de deelname aan het examen;
e. het afnemen van het examen door examinatoren;
f. het factureren van de vergoeding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aan een deelnemer;
g. het binnen drie weken na afloop van het examen uitbrengen van het advies, bedoeld in artikel 5, en
h. het registeren van individuele en algemene resultaten van de examens.
2. De exameninstelling stelt een examenreglement vast. Het reglement bevat ten minste:
a. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen;
b. de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in artikel 5;
c. onverminderd artikel 10 de termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en
d. de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling.
3. De exameninstelling stelt een huishoudelijk reglement vast dat ten minste bevat:
a. de taken die een examinator heeft;
b. de criteria waaraan de examinator moet voldoen, waarbij ten minste wordt vastgelegd: 1°. dat hij voldoende kennis heeft van de relevante examenmethoden en de examendocumenten, en
2°. dat hij voldoende relevante praktijkervaring heeft;
1°. dat hij voldoende kennis heeft van de relevante examenmethoden en de examendocumenten, en
2°. dat hij voldoende relevante praktijkervaring heeft;
c. de criteria waaraan de examenruimte moet voldoen en welke technische middelen en hulpmiddelen beschikbaar moeten zijn;
d. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling.
4. Het examenreglement, het huishoudelijk reglement, en wijzigingen hiervan behoeven de goedkeuring van de minister.
5. De exameninstelling is onafhankelijk en onpartijdig en neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement en het huishoudelijk reglement in acht.
6. De exameninstelling neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen.
7. Indien de exameninstelling niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.