BWBR0026453
Geldig vanaf 2011-08-24
Artikel 19
Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties
1. Een bedrijf kan een bedrijfscertificaat als bedoeld in artikel 18verkrijgen, indien het beschikt over:
a. personeel dat houder is van een diploma als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. voldoende adequaat gediplomeerd personeel als bedoeld onder a in relatie tot het ter zake te verwachten werkaanbod;
c. voldoende en adequate instrumenten voor en noodzakelijke procedures ten behoeve van het personeel dat zich bezig houdt met de betreffende werkzaamheden, en
d. een koudemiddelenregistratie.
2. Bij de aanvraag van een bedrijfscertificaat worden ten minste overgelegd:
a. een overzicht van de beschikbaarheid van het personeel, bedoeld in het eerste lid, onder a, in relatie tot het te verwachten werkaanbod evenals kopieën van de diploma’s, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het personeel;
b. een document waarin de voor het personeel noodzakelijke instrumenten en procedures zijn beschreven;
c. een koudemiddelenregistratie, en
d. het registratienummer uit het handelsregister.
3. Een bedrijf als bedoeld in artikel 18kan een aanvraag voor een bedrijfscertificaat indienen bij een keuringinstantie.
4. Een bedrijf bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ten minste vijf jaar.
5. Een bedrijf voldoet na afgifte van een bedrijfscertificaat bij voortduring aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, en stelt op verzoek van de keuringsinstantie de gegevens van de koudemiddelenregistratie beschikbaar.
6. Indien een bedrijf niet meer voldoet aan de eisen op basis waarvan een bedrijfscertificaat is verleend, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de keuringsinstantie.
a. personeel dat houder is van een diploma als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. voldoende adequaat gediplomeerd personeel als bedoeld onder a in relatie tot het ter zake te verwachten werkaanbod;
c. voldoende en adequate instrumenten voor en noodzakelijke procedures ten behoeve van het personeel dat zich bezig houdt met de betreffende werkzaamheden, en
d. een koudemiddelenregistratie.
2. Bij de aanvraag van een bedrijfscertificaat worden ten minste overgelegd:
a. een overzicht van de beschikbaarheid van het personeel, bedoeld in het eerste lid, onder a, in relatie tot het te verwachten werkaanbod evenals kopieën van de diploma’s, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het personeel;
b. een document waarin de voor het personeel noodzakelijke instrumenten en procedures zijn beschreven;
c. een koudemiddelenregistratie, en
d. het registratienummer uit het handelsregister.
3. Een bedrijf als bedoeld in artikel 18kan een aanvraag voor een bedrijfscertificaat indienen bij een keuringinstantie.
4. Een bedrijf bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ten minste vijf jaar.
5. Een bedrijf voldoet na afgifte van een bedrijfscertificaat bij voortduring aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, en stelt op verzoek van de keuringsinstantie de gegevens van de koudemiddelenregistratie beschikbaar.
6. Indien een bedrijf niet meer voldoet aan de eisen op basis waarvan een bedrijfscertificaat is verleend, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de keuringsinstantie.