BWBR0026441
Geldig vanaf 2009-09-30
Artikel 8
Tijdelijke subsidieregeling Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting
1. Bij de indiening van de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het daarvoor door de minister verstrekte formulier.
2. De subsidieaanvraag heeft steeds betrekking op één project, waarvan de duur maximaal 12 maanden bedraagt en in ieder geval eindigt op 31 december 2010.
3. Bij de subsidieaanvraag wordt een projectplan overgelegd waarin is opgenomen:
a. een opgave van de begindatum en de duur van het project, waarbij de begindatum in ieder geval voor 15 januari 2010 ligt;
b. een beschrijving en analyse van het probleem waarop het project zich richt;
c. een beschrijving van de doelstelling en beoogde resultaten van het project;
d. een beschrijving van het instrument dat toegepast zal worden, de uit te voeren activiteiten, alsmede een tijdpad waarbinnen eventuele deelactiviteiten worden uitgevoerd;
e. een beschrijving van de wijze waarop zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve resultaten van het project worden geëvalueerd en vastgelegd;
f. een beschrijving van de wijze waarop de doelgroep actief is betrokken bij de opzet, uitvoering en evaluatie van het project; en
g. een beschrijving van de inbedding, overdraagbaarheid of verspreiding van de projectresultaten na afloop van de projectperiode.
4. Het projectplan, bedoeld in het derde lid, gaat vergezeld van een uitgewerkte, met het projectplan samenhangende gespecificeerde begroting.
5. Op de aanvraag wordt uiterlijk 13 weken na afloop van het aanvraagtijdvak beschikt.
2. De subsidieaanvraag heeft steeds betrekking op één project, waarvan de duur maximaal 12 maanden bedraagt en in ieder geval eindigt op 31 december 2010.
3. Bij de subsidieaanvraag wordt een projectplan overgelegd waarin is opgenomen:
a. een opgave van de begindatum en de duur van het project, waarbij de begindatum in ieder geval voor 15 januari 2010 ligt;
b. een beschrijving en analyse van het probleem waarop het project zich richt;
c. een beschrijving van de doelstelling en beoogde resultaten van het project;
d. een beschrijving van het instrument dat toegepast zal worden, de uit te voeren activiteiten, alsmede een tijdpad waarbinnen eventuele deelactiviteiten worden uitgevoerd;
e. een beschrijving van de wijze waarop zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve resultaten van het project worden geëvalueerd en vastgelegd;
f. een beschrijving van de wijze waarop de doelgroep actief is betrokken bij de opzet, uitvoering en evaluatie van het project; en
g. een beschrijving van de inbedding, overdraagbaarheid of verspreiding van de projectresultaten na afloop van de projectperiode.
4. Het projectplan, bedoeld in het derde lid, gaat vergezeld van een uitgewerkte, met het projectplan samenhangende gespecificeerde begroting.
5. Op de aanvraag wordt uiterlijk 13 weken na afloop van het aanvraagtijdvak beschikt.