BWBR0026431
Geldig vanaf 2009-09-26
Artikel 3
Besluit mandaat en machtiging Nadeelcompensatie ‘Sporen in Arnhem’ en ‘Sporen in Utrecht’
1. Aan de projectmanager van het project ‘Sporen in Arnhem’ van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister besluiten te nemen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen op verzoeken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, met uitzondering van het beslissen op bezwaar tegen voornoemde besluiten.
2. Aan de projectmanager van het project ‘Sporen in Utrecht’ van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister besluiten te nemen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen op verzoeken als bedoeld in artikel 2, tweede lid, met uitzondering van het beslissen op bezwaar tegen voornoemde besluiten.
2. Aan de projectmanager van het project ‘Sporen in Utrecht’ van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister besluiten te nemen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen op verzoeken als bedoeld in artikel 2, tweede lid, met uitzondering van het beslissen op bezwaar tegen voornoemde besluiten.