BWBR0026431
Geldig vanaf 2009-09-26
Artikel 2
Besluit mandaat en machtiging Nadeelcompensatie ‘Sporen in Arnhem’ en ‘Sporen in Utrecht’
1. Aan de projectmanager van het project ‘Sporen in Arnhem’ van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister op grond van artikel 20d Tracéwetbesluiten te nemen op verzoeken om schadevergoeding voortvloeiend uit het project ‘Sporen in Arnhem’, met uitzondering van het beslissen op bezwaar tegen voornoemde besluiten.
2. Aan de projectmanager van het project ‘Sporen in Utrecht’ van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 20d Tracéwetbesluiten te nemen op verzoeken om schadevergoeding voortvloeiend uit het project ‘Sporen in Utrecht’, met uitzondering van het beslissen op bezwaar tegen voornoemde besluiten.
2. Aan de projectmanager van het project ‘Sporen in Utrecht’ van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 20d Tracéwetbesluiten te nemen op verzoeken om schadevergoeding voortvloeiend uit het project ‘Sporen in Utrecht’, met uitzondering van het beslissen op bezwaar tegen voornoemde besluiten.