BWBR0026422
Geldig vanaf 2009-09-23
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren
1. De subsidieontvanger zorgt ervoor, dat de onderwijsinstellingen in een RMC-regio die een convenant hebben gesloten, ten behoeve van het opzetten en verder ontwikkelen van een of meer plusvoorzieningen voor de desbetreffende RMC-regio met elkaar samenwerken op basis van een samenwerkingsovereenkomst.
2. In de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval geregeld:
a. welke onderwijsinstellingen in de RMC-regio aan de plusvoorziening voor de betreffende RMC-regio deelnemen;
b. welke onderwijsinstelling optreedt als contactschool;
c. welk deel van de subsidie voor de plusvoorziening is bestemd voor beheerskosten van de contactschool; en
d. hoe de subsidie voor het overige wordt besteed en verantwoord.
3. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat een onderwijsinstelling die geen convenant heeft ondertekend, maar wel aan de plusvoorziening voor de betreffende regio wenst deel te nemen, in de gelegenheid wordt gesteld samen te werken op de wijze bedoeld in het eerste lid.
2. In de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval geregeld:
a. welke onderwijsinstellingen in de RMC-regio aan de plusvoorziening voor de betreffende RMC-regio deelnemen;
b. welke onderwijsinstelling optreedt als contactschool;
c. welk deel van de subsidie voor de plusvoorziening is bestemd voor beheerskosten van de contactschool; en
d. hoe de subsidie voor het overige wordt besteed en verantwoord.
3. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat een onderwijsinstelling die geen convenant heeft ondertekend, maar wel aan de plusvoorziening voor de betreffende regio wenst deel te nemen, in de gelegenheid wordt gesteld samen te werken op de wijze bedoeld in het eerste lid.