BWBR0026422
Geldig vanaf 2009-09-23
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren
1. Uiterlijk op 1 maart 2010 dient de subsidieontvanger bij de minister een plan van aanpak in, waarin een omschrijving wordt gegeven van de plusvoorziening die in de RMC-regio wordt opgezet dan wel verder ontwikkeld en waaruit de instemming van de RMC-contactgemeente met het plan blijkt. Het plan van aanpak gaat vergezeld van de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 9.
2. Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, omvat tenminste de volgende onderdelen:
a. naam en contactgegevens van de contactschool en de contactgemeente en de naam van de RMC-regio;
b. de specifieke doelstelling van de desbetreffende plusvoorziening in kwalitatieve en kwantitatieve zin;
c. een omschrijving van de doelgroep van de desbetreffende plusvoorziening, in het bijzonder de aard van de problematiek waarmee zij te maken heeft, de omvang en de onderwijsachtergrond van deze doelgroep;
d. een omschrijving van het gecombineerde aanbod, in de zin van onderwijs, zorg- en hulpverlening en eventueel arbeidstoeleiding, dat deze doelgroep wordt aangeboden in algemene zin;
e. de partijen waarmee wordt samengewerkt in de plusvoorziening;
f. de planning en de begroting van de desbetreffende plusvoorziening;
g. de wijze waarop monitoring en evaluatie van de desbetreffende plusvoorziening wordt vormgegeven;
h. een stappenplan voor de structurele voortzetting van de desbetreffende plusvoorziening na 2011.
3. Uiterlijk op 1 september 2010 dient de subsidieontvanger bij de minister een tussenrapportage in waarin de stand van zaken van de uitvoering van de plusvoorziening wordt beschreven.
4. Uiterlijk op 1 juli 2012 dient de subsidieontvanger bij de minister een eindrapportage in, waarin een beschrijving wordt gegeven van de resultaten van de plusvoorziening en de wijze waarop in de continuïteit van de plusvoorziening wordt voorzien.
5. De rapportages, bedoeld in het derde en vierde lid, worden ingericht volgens het format dat daartoe als bijlagen Ben Cbij deze regeling is opgenomen.
2. Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, omvat tenminste de volgende onderdelen:
a. naam en contactgegevens van de contactschool en de contactgemeente en de naam van de RMC-regio;
b. de specifieke doelstelling van de desbetreffende plusvoorziening in kwalitatieve en kwantitatieve zin;
c. een omschrijving van de doelgroep van de desbetreffende plusvoorziening, in het bijzonder de aard van de problematiek waarmee zij te maken heeft, de omvang en de onderwijsachtergrond van deze doelgroep;
d. een omschrijving van het gecombineerde aanbod, in de zin van onderwijs, zorg- en hulpverlening en eventueel arbeidstoeleiding, dat deze doelgroep wordt aangeboden in algemene zin;
e. de partijen waarmee wordt samengewerkt in de plusvoorziening;
f. de planning en de begroting van de desbetreffende plusvoorziening;
g. de wijze waarop monitoring en evaluatie van de desbetreffende plusvoorziening wordt vormgegeven;
h. een stappenplan voor de structurele voortzetting van de desbetreffende plusvoorziening na 2011.
3. Uiterlijk op 1 september 2010 dient de subsidieontvanger bij de minister een tussenrapportage in waarin de stand van zaken van de uitvoering van de plusvoorziening wordt beschreven.
4. Uiterlijk op 1 juli 2012 dient de subsidieontvanger bij de minister een eindrapportage in, waarin een beschrijving wordt gegeven van de resultaten van de plusvoorziening en de wijze waarop in de continuïteit van de plusvoorziening wordt voorzien.
5. De rapportages, bedoeld in het derde en vierde lid, worden ingericht volgens het format dat daartoe als bijlagen Ben Cbij deze regeling is opgenomen.