BWBR0026214
Geldig vanaf 2011-09-29
Artikel 9
Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs
1. De Minister wint ten behoeve van de beslissing over nieuwe aanvragen advies in van de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs, ingesteld bij het Instellingsbesluit Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs.
2. De commissie toetst de aanvraag aan deze regeling. Zij maakt hierbij gebruik van een beoordelingskader, dat als bijlagebij deze regeling wordt gevoegd.
3. De commissie brengt jaarlijks vóór 1 december advies uit aan de Minister. Het advies over de aanvragen, bedoeld in artikel 5, lid 3, wordt uiterlijk 1 juni 2010 door de commissie aan de Minister uitgebracht.
4. De minister beslist over nieuwe aanvragen, onder voorbehoud van een positief besluit toets nieuwe opleiding als bedoeld in artikel 5a.11 van de wet, uiterlijk op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag is ingediend. Over de aanvragen die vóór 15 april 2010 zijn ingediend, beslist de Minister uiterlijk op 1 juli 2010.
2. De commissie toetst de aanvraag aan deze regeling. Zij maakt hierbij gebruik van een beoordelingskader, dat als bijlagebij deze regeling wordt gevoegd.
3. De commissie brengt jaarlijks vóór 1 december advies uit aan de Minister. Het advies over de aanvragen, bedoeld in artikel 5, lid 3, wordt uiterlijk 1 juni 2010 door de commissie aan de Minister uitgebracht.
4. De minister beslist over nieuwe aanvragen, onder voorbehoud van een positief besluit toets nieuwe opleiding als bedoeld in artikel 5a.11 van de wet, uiterlijk op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag is ingediend. Over de aanvragen die vóór 15 april 2010 zijn ingediend, beslist de Minister uiterlijk op 1 juli 2010.