BWBR0026214
Geldig vanaf 2011-09-29
Artikel 7
Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs
1. De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. De aanvragen worden beoordeeld naar de mate van kwaliteit waarin zij voldoen aan de criteria zoals gesteld in artikel 6. De Minister kan de commissie, genoemd in artikel 9, vragen de subsidieaanvragen te rangschikken naar de mate waarin voldaan is aan de criteria van artikel 6 en de verdeling van de aanvragen over de prioritaire gebieden, instellingen en regio’s.
2. De Minister verleent subsidie voor 6 jaar. Hij bepaalt jaarlijks de hoogte van het subsidiebedrag.
3. Het subsidiebedrag bedraagt 100% in het eerste en tweede jaar, 75% in het derde, 50% in het vierde en vijfde jaar en 25% in het zesde jaar van het bedrag, als bedoeld in het vierde lid.
4. Het subsidiebedrag is gelijk aan de som van de volgende onderdelen:
a. het studentgebonden bedrag, bedoeld in artikel 4.7, derde lid, van het uitvoeringsbesluit, zoals bepaald bij de vaststelling van de voorlopige rijksbijdrage uiterlijk in oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt,
b. de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het uitvoeringsbesluit, en
c. het aantal door de accountant gevalideerde 1° studenten op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt dat niet eerder bij de bepaling van het subsidiebedrag is betrokken, en
2° graden aan studenten verleend in de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
1° studenten op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt dat niet eerder bij de bepaling van het subsidiebedrag is betrokken, en
2° graden aan studenten verleend in de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
2. De Minister verleent subsidie voor 6 jaar. Hij bepaalt jaarlijks de hoogte van het subsidiebedrag.
3. Het subsidiebedrag bedraagt 100% in het eerste en tweede jaar, 75% in het derde, 50% in het vierde en vijfde jaar en 25% in het zesde jaar van het bedrag, als bedoeld in het vierde lid.
4. Het subsidiebedrag is gelijk aan de som van de volgende onderdelen:
a. het studentgebonden bedrag, bedoeld in artikel 4.7, derde lid, van het uitvoeringsbesluit, zoals bepaald bij de vaststelling van de voorlopige rijksbijdrage uiterlijk in oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt,
b. de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het uitvoeringsbesluit, en
c. het aantal door de accountant gevalideerde 1° studenten op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt dat niet eerder bij de bepaling van het subsidiebedrag is betrokken, en
2° graden aan studenten verleend in de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
1° studenten op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt dat niet eerder bij de bepaling van het subsidiebedrag is betrokken, en
2° graden aan studenten verleend in de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt.