1. De bezoldiging van de voorzitter bedraagt het salaris overeenkomstig het salaris van een lid van de topmanagementgroep van een departement van algemeen bestuur als bedoeld in
Bijlage A van het BBRA, aangevuld met een vaste toeslag van € 3656,18 bruto per maand, op basis van een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week. Indien uit de collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren een verhoging van ambtenarensalarissen volgt, wordt de vaste toeslag met eenzelfde percentage verhoogd.
2. De voorzitter heeft recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig de
artikelen 21en
22 van het BBRA. De opbouw van vakantie-uren, opname en overboeken daarvan naar een volgend jaar geschiedt overeenkomstig de
artikelen 22en
23 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
3. De voorzitter heeft recht op een eindejaarsuitkering die wordt vastgesteld en uitbetaald overeenkomstig
artikel 20a van het BBRA.
4. Indien de tijdsbesteding van de voorzitter aan werkzaamheden ten behoeve van het college meer dan 36 uur per week bedraagt, wordt voor het verschil compensatieverlof van ten hoogste vier uur per week opgebouwd. Het compensatieverlof wordt in het jaar van opbouw opgenomen.
5. De voorzitter heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig het
Reisbesluit binnenlanden het
Reisbesluit buitenland.
6. De voorzitter heeft recht op een representatievergoeding overeenkomstig het maximum als voorzien in het
Besluit vergoedingen representatiekosten rijkspersoneel.
7. De voorzitter kan voor het vervoer tussen de vestigingsplaats van het college en zijn woonplaats en voor het vervoer ten behoeve van dienstreizen, kiezen tussen dienstvervoer per auto of een jaarkaart openbaar vervoer 1 eklasse.
8. Aan de voorzitter kan door de Minister van Economische Zaken bij uitstekend functioneren jaarlijks een gratificatie van ten hoogste één bruto maandsalaris worden toegekend.
9. De voorzitter wordt aangemeld als volwaardig deelnemer bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.