BWBR0026200
Geldig vanaf 2009-08-01
Artikel 8
Mandaatbesluit LNV beleidskern
De programmadirecteur van het programma Biobased Economy is gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. besluiten omtrent subsidieverstrekkingen aan organisaties werkzaam op het beleidsterrein van het programma, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van het programma niet overschrijdt en de subsidie niet is gebaseerd op een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vastgestelde regeling;
b. het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot onderzoek op het beleidsterrein van het programma, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van het programma niet overschrijdt;
c. het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard;
d. de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, zijn werkterrein betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal dient te worden ondertekend.
a. besluiten omtrent subsidieverstrekkingen aan organisaties werkzaam op het beleidsterrein van het programma, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van het programma niet overschrijdt en de subsidie niet is gebaseerd op een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vastgestelde regeling;
b. het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot onderzoek op het beleidsterrein van het programma, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van het programma niet overschrijdt;
c. het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard;
d. de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, zijn werkterrein betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal dient te worden ondertekend.