BWBR0026200
Geldig vanaf 2009-08-01
Artikel 12
Mandaatbesluit LNV beleidskern
De directeur en de plaatsvervangend directeur van de Directie Juridische Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. de besluiten op grond van artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur stekkende tot verdaging van een beslissing op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur;
b. de verzoeken aan derden op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, betrekking hebbend op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur;
c. het verstrekken van documenten ten aanzien waarvan reeds een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur is genomen;
d. de besluiten op grond van de artikelen 86, 90 en 91 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
e. de afwijzing van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning van schadevergoeding voor zover dit een bedrag van € 5000,– niet te boven gaat;
f. de besluiten op grond van artikel 128, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie strekkende tot verdaging van goedkeuring van een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bedrijfslichaam.
a. de besluiten op grond van artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur stekkende tot verdaging van een beslissing op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur;
b. de verzoeken aan derden op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, betrekking hebbend op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur;
c. het verstrekken van documenten ten aanzien waarvan reeds een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur is genomen;
d. de besluiten op grond van de artikelen 86, 90 en 91 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
e. de afwijzing van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning van schadevergoeding voor zover dit een bedrag van € 5000,– niet te boven gaat;
f. de besluiten op grond van artikel 128, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie strekkende tot verdaging van goedkeuring van een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bedrijfslichaam.