BWBR0026187
Geldig vanaf 2009-07-31
Artikel 2
Regeling vaststelling maatstaven, bedragen, bandbreedtes en verdeelsleutels en tarieven Besluit bekostiging financieel toezicht 2009
Ter bepaling van de door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen tarieven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 7 van het besluit, de volgende maatstaven vastgesteld:
a. clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
c. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
d. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
e. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
f. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
g. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
h. kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
i. zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit: aantal verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
j. verzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit: het bruto premie-inkomen;
k. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
l. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
m. beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit: het balanstotaal;
n. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
o. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling.
a. clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. kredietinstellingen en ondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
c. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
d. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
e. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
f. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
g. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, van het besluit: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
h. kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het toetsingsvermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
i. zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit: aantal verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
j. verzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit: het bruto premie-inkomen;
k. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
l. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
m. beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit: het balanstotaal;
n. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
o. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling.