BWBR0026090
Geldig vanaf 2009-07-15
Artikel 21
Subsidieregeling zorginnovatie
De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag van de projectsubsidie, bedoeld in artikel 17, indien:
a. de ZIPC-deelnemer een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379);
b. minder dan drie jaar geleden reeds subsidie krachtens dit hoofdstuk, de Subsidieregeling innoveren of de Subsidieregeling innovatieprestatiecontracten is verstrekt aan de ZIPC-deelnemer;
c. het verschil tussen de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 18, en de opbrengsten, zoals beschreven in het bij de aanvraag gevoegde zorginnovatieplan, minder bedraagt dan € 60.000;
d. het verschil tussen de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 18, en de opbrengsten voor collectieve activiteiten, zoals beschreven in de gezamenlijke zorginnovatieplannen, niet ten minste € 10.000, vermenigvuldigd met het aantal deelnemers, bedraagt;
e. het overkoepelende plan niet het vertrouwen geeft dat de ZIPC-penvoerder de begeleiding van de ZIPC-deelnemers bij het uitvoeren van hun zorginnovatieplannen en de totstandkoming en begeleiding van de in het plan opgenomen samenwerkingsprojecten naar behoren kan uitvoeren;
f. uit het zorginnovatieplan onvoldoende blijkt dat de ZIPC-deelnemer activiteiten verricht die gericht zijn op zorginnovatie;
g. het ZIPC-verband bestaat uit minder dan 10 en meer dan 35 ZIPC-deelnemers;
h. de ZIPC-deelnemer in een groep is verbonden met een andere ZIPC-deelnemer aan het ZIPC-verband.
a. de ZIPC-deelnemer een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379);
b. minder dan drie jaar geleden reeds subsidie krachtens dit hoofdstuk, de Subsidieregeling innoveren of de Subsidieregeling innovatieprestatiecontracten is verstrekt aan de ZIPC-deelnemer;
c. het verschil tussen de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 18, en de opbrengsten, zoals beschreven in het bij de aanvraag gevoegde zorginnovatieplan, minder bedraagt dan € 60.000;
d. het verschil tussen de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 18, en de opbrengsten voor collectieve activiteiten, zoals beschreven in de gezamenlijke zorginnovatieplannen, niet ten minste € 10.000, vermenigvuldigd met het aantal deelnemers, bedraagt;
e. het overkoepelende plan niet het vertrouwen geeft dat de ZIPC-penvoerder de begeleiding van de ZIPC-deelnemers bij het uitvoeren van hun zorginnovatieplannen en de totstandkoming en begeleiding van de in het plan opgenomen samenwerkingsprojecten naar behoren kan uitvoeren;
f. uit het zorginnovatieplan onvoldoende blijkt dat de ZIPC-deelnemer activiteiten verricht die gericht zijn op zorginnovatie;
g. het ZIPC-verband bestaat uit minder dan 10 en meer dan 35 ZIPC-deelnemers;
h. de ZIPC-deelnemer in een groep is verbonden met een andere ZIPC-deelnemer aan het ZIPC-verband.