BWBR0026073
Geldig vanaf 2009-07-11
Artikel 9
Tijdelijke regeling eenmalige uitkering stedelijke synergieprojecten kaderrichtlijn water
1. De ontvanger van de specifieke uitkering:
a. start uiterlijk in 2011 met de uitvoering van het project;
b. voert het project uit overeenkomstig de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering, dan wel de ingevolge het derde lid gewijzigde beschikking tot verlening van de specifieke uitkering, en voltooit het voor 1 januari 2016;
c. levert jaarlijks inhoudelijke monitoringsinformatie aan volgens een model dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL;
d. levert een inhoudelijke eindrapportage aan volgens een model dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL.
2. De ontvanger van de specifieke uitkering vraagt, indien hij het project ingrijpend wil wijzigen hiervoor, binnen een maand na de dag waarop de ontvanger op de hoogte was, dan wel had moeten zijn van de desbetreffende wijziging, toestemming aan de minister volgens een bij Agentschap NL verkrijgbaar formulier.
3. De minister beoordeelt de wijziging van het project.
a. start uiterlijk in 2011 met de uitvoering van het project;
b. voert het project uit overeenkomstig de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering, dan wel de ingevolge het derde lid gewijzigde beschikking tot verlening van de specifieke uitkering, en voltooit het voor 1 januari 2016;
c. levert jaarlijks inhoudelijke monitoringsinformatie aan volgens een model dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL;
d. levert een inhoudelijke eindrapportage aan volgens een model dat verkrijgbaar is bij Agentschap NL.
2. De ontvanger van de specifieke uitkering vraagt, indien hij het project ingrijpend wil wijzigen hiervoor, binnen een maand na de dag waarop de ontvanger op de hoogte was, dan wel had moeten zijn van de desbetreffende wijziging, toestemming aan de minister volgens een bij Agentschap NL verkrijgbaar formulier.
3. De minister beoordeelt de wijziging van het project.