BWBR0026073
Geldig vanaf 2009-07-11
Artikel 4
Tijdelijke regeling eenmalige uitkering stedelijke synergieprojecten kaderrichtlijn water
1. De specifieke uitkering bedraagt maximaal 30% van de totale kosten van een project.
2. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de gemaakte, rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de kosten van verwerving van een onroerende zaak voor zover die door de minister aanvaardbaar wordt geacht.
4. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval niet:
a. kosten gemaakt vóór 1 januari 2009;
b. kosten voor eigen personeel;
c. kosten voor directievoering;
d. kosten gemaakt ten behoeve van het indienen van de aanvraag;
e. accountantskosten;
f. omzetbelasting over de kosten, tenzij degene die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet kan verrekenen of daarvoor geen compensatie kan verkrijgen uit het BTW-Compensatiefonds;
g. verzekeringskosten;
h. planschadekosten;
i. kosten ten behoeve van verwerving van een onroerende zaak; en
j. kosten gemaakt na 31 december 2015.
2. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de gemaakte, rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de kosten van verwerving van een onroerende zaak voor zover die door de minister aanvaardbaar wordt geacht.
4. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval niet:
a. kosten gemaakt vóór 1 januari 2009;
b. kosten voor eigen personeel;
c. kosten voor directievoering;
d. kosten gemaakt ten behoeve van het indienen van de aanvraag;
e. accountantskosten;
f. omzetbelasting over de kosten, tenzij degene die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet kan verrekenen of daarvoor geen compensatie kan verkrijgen uit het BTW-Compensatiefonds;
g. verzekeringskosten;
h. planschadekosten;
i. kosten ten behoeve van verwerving van een onroerende zaak; en
j. kosten gemaakt na 31 december 2015.