BWBR0026019
Geldig vanaf 2009-07-01
Artikel 9
Instellingsbesluit Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs
1. De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. De kosten voor vergaderingen en (administratieve) ondersteuning;
b. De kosten voor het secretariaat van de commissie.
2. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding per maand, waarbij het salaris wordt vastgesteld op schaal 18 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter en de andere leden is maximaal 0,24, respectievelijk 0,125.
3. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van de regeling voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. Deze vergoeding wordt door het secretariaat van de commissie afgehandeld.
4. De NVAO treedt voor wat betreft de begroting en verantwoording op als penvoerder van de commissie.
5. De NVAO biedt, als penvoerder van de commissie, zo spoedig mogelijk na de instelling van de commissie c.q. jaarlijks voor 1 april de begroting voor het daaropvolgende jaar aan de minister aan.
6. De NVAO biedt, als penvoerder van de commissie, de minister jaarlijks voor 1 juli een financiële verantwoording aan.
7. De commissie vormt een egalisatiereserve. Het verschil tussen de gerealiseerde baten van de commissie en de gerealiseerde lasten van de activiteiten komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. De van de egalisatie genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
8. De reserve bedraagt ten hoogste 25% van de over het laatste kalenderjaar verleende vergoeding.
9. Ten laste van de egalisatiereserve mogen geen uitgaven worden gebracht van andere activiteiten dan de in dit besluit geformuleerde taken.
10. In geval van opheffing van de commissie, is deze ter zake van de egalisatiereserve (en de daarover opgebouwde rente) vergoedingsplichtig.
a. De kosten voor vergaderingen en (administratieve) ondersteuning;
b. De kosten voor het secretariaat van de commissie.
2. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding per maand, waarbij het salaris wordt vastgesteld op schaal 18 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter en de andere leden is maximaal 0,24, respectievelijk 0,125.
3. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van de regeling voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. Deze vergoeding wordt door het secretariaat van de commissie afgehandeld.
4. De NVAO treedt voor wat betreft de begroting en verantwoording op als penvoerder van de commissie.
5. De NVAO biedt, als penvoerder van de commissie, zo spoedig mogelijk na de instelling van de commissie c.q. jaarlijks voor 1 april de begroting voor het daaropvolgende jaar aan de minister aan.
6. De NVAO biedt, als penvoerder van de commissie, de minister jaarlijks voor 1 juli een financiële verantwoording aan.
7. De commissie vormt een egalisatiereserve. Het verschil tussen de gerealiseerde baten van de commissie en de gerealiseerde lasten van de activiteiten komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. De van de egalisatie genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
8. De reserve bedraagt ten hoogste 25% van de over het laatste kalenderjaar verleende vergoeding.
9. Ten laste van de egalisatiereserve mogen geen uitgaven worden gebracht van andere activiteiten dan de in dit besluit geformuleerde taken.
10. In geval van opheffing van de commissie, is deze ter zake van de egalisatiereserve (en de daarover opgebouwde rente) vergoedingsplichtig.