BWBR0025998
Geldig vanaf 2009-08-01
Artikel 4.3
Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2009
1. Bij het indienen van een voornemen voor een nieuwe opleiding legt het instellingsbestuur de volgende gegevens over:
a. documenten waaruit blijkt dat de opleiding voldoet aan de in artikel 4.1, eerste lid, genoemde voorwaarden;
b. in welke gemeente de opleiding wordt gevestigd en, indien van toepassing, in welke andere gemeente(n) het instellingsbestuur voornemens is de opleiding (deels) te verzorgen;
c. de onderwijs- en examenregeling van de opleiding of een beschrijving van de opleiding, waarin met de onderwijs- en examenregeling vergelijkbare informatie wordt verschaft;
d. het volledig ingevulde standaardformulier van de Informatie Beheer Groep met de registratiegegevens van de opleiding;
e. een motivering, indien de instelling voornemens is tot registratie van de opleiding in het Croho-onderdeel Sectoroverstijgend;
f. het verslag van de resultaten van het overleg dat het instellingsbestuur over het voornemen heeft gevoerd met alle onderwijsaanbieders, zoals bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, die al een vergelijkbare opleiding verzorgen, of een schriftelijke verklaring van die onderwijsaanbieders, en
g. een gemotiveerd voorstel voor de te stellen nadere vooropleidingseisen, als bedoeld in artikel 7.25 van de wet, indien de opleiding niet is opgenomen in de Regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs 2007. Indien de instelling van oordeel is dat aanvullende eisen, als bedoeld in artikel 7.26 van de wet, noodzakelijk zijn die nog niet zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, kan zij een voorstel doen waaruit blijkt dat voldaan is aan de eisen genoemd in dat artikel.
2. Indien het voornemen ziet op een nieuwe hbo-masteropleiding, legt het instellingsbestuur, naast de gegevens genoemd in het eerste lid, documenten over waaruit blijkt dat het onderwijs op de vestigingsplaats voldoet aan de in artikel 4.2, eerste lid, genoemde voorwaarden.
3. Indien het voornemen ziet op een nieuwe wo-masteropleiding met een studielast van 120 studiepunten, dient het instellingsbestuur bij de Minister – postbus 16375, 2500 BJ Den Haag indien het de Minister van OCW betreft en postbus 20401, 2500 EK Den Haag, indien het de Minister van LNV betreft – een verzoek in om opname van de opleiding in de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 7.4a, vijfde lid, van de wet. Daarbij wordt het besluit toets nieuwe opleiding van de NVAO overgelegd.
4. Indien bij twee of meer instellingen het voornemen bestaat voor het gezamenlijk verzorgen van een nieuwe opleiding, dient elk instellingsbestuur afzonderlijk bij de Minister een voornemen voor het verzorgen van de opleiding in.
5. Indien er een door de betrokken instellingen opgesteld sectorplan bestaat met daarin opgenomen voornemens voor nieuwe opleidingen, zet het instellingsbestuur dat voornemens is een dergelijke nieuwe opleiding te starten de relatie tussen zijn voornemen en het sectorplan uiteen.
6. Indien het voornemen tevens de intentie omvat om de nieuwe opleiding geheel of gedeeltelijk op meer dan één vestigingsplaats te verzorgen, zijn de artikelen 5.1en 5.2van overeenkomstige toepassing.
a. documenten waaruit blijkt dat de opleiding voldoet aan de in artikel 4.1, eerste lid, genoemde voorwaarden;
b. in welke gemeente de opleiding wordt gevestigd en, indien van toepassing, in welke andere gemeente(n) het instellingsbestuur voornemens is de opleiding (deels) te verzorgen;
c. de onderwijs- en examenregeling van de opleiding of een beschrijving van de opleiding, waarin met de onderwijs- en examenregeling vergelijkbare informatie wordt verschaft;
d. het volledig ingevulde standaardformulier van de Informatie Beheer Groep met de registratiegegevens van de opleiding;
e. een motivering, indien de instelling voornemens is tot registratie van de opleiding in het Croho-onderdeel Sectoroverstijgend;
f. het verslag van de resultaten van het overleg dat het instellingsbestuur over het voornemen heeft gevoerd met alle onderwijsaanbieders, zoals bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, die al een vergelijkbare opleiding verzorgen, of een schriftelijke verklaring van die onderwijsaanbieders, en
g. een gemotiveerd voorstel voor de te stellen nadere vooropleidingseisen, als bedoeld in artikel 7.25 van de wet, indien de opleiding niet is opgenomen in de Regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs 2007. Indien de instelling van oordeel is dat aanvullende eisen, als bedoeld in artikel 7.26 van de wet, noodzakelijk zijn die nog niet zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, kan zij een voorstel doen waaruit blijkt dat voldaan is aan de eisen genoemd in dat artikel.
2. Indien het voornemen ziet op een nieuwe hbo-masteropleiding, legt het instellingsbestuur, naast de gegevens genoemd in het eerste lid, documenten over waaruit blijkt dat het onderwijs op de vestigingsplaats voldoet aan de in artikel 4.2, eerste lid, genoemde voorwaarden.
3. Indien het voornemen ziet op een nieuwe wo-masteropleiding met een studielast van 120 studiepunten, dient het instellingsbestuur bij de Minister – postbus 16375, 2500 BJ Den Haag indien het de Minister van OCW betreft en postbus 20401, 2500 EK Den Haag, indien het de Minister van LNV betreft – een verzoek in om opname van de opleiding in de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 7.4a, vijfde lid, van de wet. Daarbij wordt het besluit toets nieuwe opleiding van de NVAO overgelegd.
4. Indien bij twee of meer instellingen het voornemen bestaat voor het gezamenlijk verzorgen van een nieuwe opleiding, dient elk instellingsbestuur afzonderlijk bij de Minister een voornemen voor het verzorgen van de opleiding in.
5. Indien er een door de betrokken instellingen opgesteld sectorplan bestaat met daarin opgenomen voornemens voor nieuwe opleidingen, zet het instellingsbestuur dat voornemens is een dergelijke nieuwe opleiding te starten de relatie tussen zijn voornemen en het sectorplan uiteen.
6. Indien het voornemen tevens de intentie omvat om de nieuwe opleiding geheel of gedeeltelijk op meer dan één vestigingsplaats te verzorgen, zijn de artikelen 5.1en 5.2van overeenkomstige toepassing.