BWBR0025991
Geldig vanaf 2009-06-26
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling omscholing werknemers bij dreigende werkloosheid
1. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten van de omscholing van de werknemer, tot een maximum van € 2500,– per werknemer, indien in de sector waarin de subsidieontvanger zijn bedrijf of beroep heeft een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds werkzaam is en dat Opleidings- en Ontwikkelingsfonds 50% of meer van de kosten van de omscholing van de werknemer voor zijn rekening neemt.
2. De subsidie bedraagt 35% van de kosten van de omscholing van de werknemer, tot een maximum van € 1750,– per werknemer, indien in de sector waarin de subsidieontvanger zijn bedrijf of beroep heeft een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds werkzaam is en dat Opleidings- en Ontwikkelingsfonds minder dan 50% van de kosten van de omscholing van de werknemer voor zijn rekening neemt.
3. Indien in de sector waarin de subsidieontvanger zijn bedrijf of beroep heeft een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds ontbreekt, bedraagt de subsidie 50% van de kosten van de omscholing van de werknemer, tot een maximum van € 2500,– per werknemer.
4. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover de subsidie de werkelijk ten laste van de werkgever gebleven kosten, te boven gaat.
2. De subsidie bedraagt 35% van de kosten van de omscholing van de werknemer, tot een maximum van € 1750,– per werknemer, indien in de sector waarin de subsidieontvanger zijn bedrijf of beroep heeft een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds werkzaam is en dat Opleidings- en Ontwikkelingsfonds minder dan 50% van de kosten van de omscholing van de werknemer voor zijn rekening neemt.
3. Indien in de sector waarin de subsidieontvanger zijn bedrijf of beroep heeft een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds ontbreekt, bedraagt de subsidie 50% van de kosten van de omscholing van de werknemer, tot een maximum van € 2500,– per werknemer.
4. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover de subsidie de werkelijk ten laste van de werkgever gebleven kosten, te boven gaat.