BWBR0025950
Geldig vanaf 2009-06-17
Artikel 7
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2009
1. De directeuren, stafafdelingshoofden, afdelingshoofden, hun plaatsvervangers, clusterhoofden en projectbevoegden maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein. Met dit werkterrein wordt bedoeld het werkterrein van het desbetreffende organisatieonderdeel zoals genoemd in bijlage 3en het werkterrein zoals schriftelijk is vastgelegd in functieomschrijvingen en projectopdrachten.
2. De plaatsvervangend directeur-generaal, de plaatsvervangend directeur, het plaatsvervangend stafafdelingshoofd en het plaatsvervangend afdelingshoofd maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren.
3. Op de volmacht en machtiging van de stafafdelingshoofden, afdelingshoofden, hun plaatsvervangers, clusterhoofden en projectbevoegden is een per functie vastgestelde begrenzing in financieel belang als genoemd in bijlage 2van toepassing.
4. Een gemandateerde of ge(vol)machtigde is niet bevoegd een besluit te nemen of een (rechts)handeling te verrichten met betrekking tot zichzelf. Tot het uitoefenen van de in de vorige volzin bedoelde bevoegdheden is uitsluitend een in hiërarchie hoger geplaatste functionaris bevoegd.
5. Afdelingshoofden, clusterhoofden en projectbevoegden hebben niet de bevoegdheid tot het inhuren van externen.
6. Stafafdelingshoofden hebben niet de bevoegdheid tot het benoemen van een externe tot projectbevoegde.
2. De plaatsvervangend directeur-generaal, de plaatsvervangend directeur, het plaatsvervangend stafafdelingshoofd en het plaatsvervangend afdelingshoofd maken van de aan hen verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren.
3. Op de volmacht en machtiging van de stafafdelingshoofden, afdelingshoofden, hun plaatsvervangers, clusterhoofden en projectbevoegden is een per functie vastgestelde begrenzing in financieel belang als genoemd in bijlage 2van toepassing.
4. Een gemandateerde of ge(vol)machtigde is niet bevoegd een besluit te nemen of een (rechts)handeling te verrichten met betrekking tot zichzelf. Tot het uitoefenen van de in de vorige volzin bedoelde bevoegdheden is uitsluitend een in hiërarchie hoger geplaatste functionaris bevoegd.
5. Afdelingshoofden, clusterhoofden en projectbevoegden hebben niet de bevoegdheid tot het inhuren van externen.
6. Stafafdelingshoofden hebben niet de bevoegdheid tot het benoemen van een externe tot projectbevoegde.