BWBR0025812
Geldig vanaf 2009-05-10
Artikel 24
Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I
1. Indien in het kader van de in de artikelen 15, 16, 17, 19, 20, 21, onderscheidenlijk 22, bedoelde werkzaamheden laboratoriumonderzoek noodzakelijk is om:
a. zoönoses en zoönoseverwekkers op te sporen;
b. overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE) overeenkomstig verordening (EG) nr. 999/2001 vast te stellen;
c. niet toegestane stoffen of producten of producten op te sporen en op gereglementeerde stoffen te controleren, buiten het kader van het Nationaal Plan Residuen zoals bedoeld in richtlijn nr. 96/23/EG; of
d. ziekten op te sporen die voorkomen op de lijsten met dierziekten van het Office International des Epizoöties (OIE),
een en ander als bedoeld in bijlage I, sectie I, hoofdstuk II, onderdeel F, onder 1, bij verordening (EG) nr. 854/2004, is de aanbieder, naast de retributie die hij ingevolge het toepasselijke in de aanhef bedoelde artikel verschuldigd is, een retributie verschuldigd ter hoogte van de werkelijke kosten van het laboratoriumonderzoek, bedoeld in artikel 28.
2. Indien het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde laboratoriumonderzoek wordt uitgevoerd op de monsters van landbouwhuisdieren als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0008825" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten</a>, of van de van deze dieren afkomstige producten, en deze landbouwhuisdieren afkomstig zijn van een bedrijf dat overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0008825/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4 van die regeling</a>onder officieel toezicht is geplaatst, is uitsluitend de exploitant van het betreffende bedrijf waarvan de dieren afkomstig zijn, de in het eerste lid bedoelde retributie verschuldigd.
a. zoönoses en zoönoseverwekkers op te sporen;
b. overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE) overeenkomstig verordening (EG) nr. 999/2001 vast te stellen;
c. niet toegestane stoffen of producten of producten op te sporen en op gereglementeerde stoffen te controleren, buiten het kader van het Nationaal Plan Residuen zoals bedoeld in richtlijn nr. 96/23/EG; of
d. ziekten op te sporen die voorkomen op de lijsten met dierziekten van het Office International des Epizoöties (OIE),
een en ander als bedoeld in bijlage I, sectie I, hoofdstuk II, onderdeel F, onder 1, bij verordening (EG) nr. 854/2004, is de aanbieder, naast de retributie die hij ingevolge het toepasselijke in de aanhef bedoelde artikel verschuldigd is, een retributie verschuldigd ter hoogte van de werkelijke kosten van het laboratoriumonderzoek, bedoeld in artikel 28.
2. Indien het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde laboratoriumonderzoek wordt uitgevoerd op de monsters van landbouwhuisdieren als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0008825" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten</a>, of van de van deze dieren afkomstige producten, en deze landbouwhuisdieren afkomstig zijn van een bedrijf dat overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0008825/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4 van die regeling</a>onder officieel toezicht is geplaatst, is uitsluitend de exploitant van het betreffende bedrijf waarvan de dieren afkomstig zijn, de in het eerste lid bedoelde retributie verschuldigd.