BWBR0025698
Geldig vanaf 2009-04-16
Artikel 2
Besluit mandaat en machtiging handhaving Inspectoraat-Generaal VROM 2009
1. Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het vaststellen en ondertekenen van alle op die besluiten betrekking hebbende stukken terzake van de aan de Minister toekomende bevoegdheden tot handhaving op grond van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen, de Huisvestingswet, de Kernenergiewet, de Waterleidingwet, de Wet bodembescherming, de Wet explosieven voor civiel gebruik, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordeningen de Woningwet.
2. Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend tot het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid en het vaststellen en ondertekenen van alle op die beslissingen betrekking hebbende stukken, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem krachtens mandaat is genomen.
3. Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend tot het uitoefenen van de aan de Minister ingevolge de Wet politiegegevenstoekomende taken en bevoegdheden met betrekking tot het beheer en gebruik van politiegegevens.
2. Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend tot het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid en het vaststellen en ondertekenen van alle op die beslissingen betrekking hebbende stukken, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem krachtens mandaat is genomen.
3. Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend tot het uitoefenen van de aan de Minister ingevolge de Wet politiegegevenstoekomende taken en bevoegdheden met betrekking tot het beheer en gebruik van politiegegevens.